Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
sterren in twee hoofdsoorten, in onbewegelijke namelijk of
vaste sterren , die haren stand , ten opzigte van elkander, niet
(althans niet merkbaar) veranderen , en bewegelijke. Planeten
of Dwaalsterren genaamd, welke gedurig van plaats veran-
deren , zoo wel onderling, als ten aanzien der vaste sterren.
§ 5.
Faste Sterren.
Die wereldligchamen, welke zich des nachts aan den hemel
» vertoonen , en welke, met uitsluiting van de zon , de maan
en de aarde, in het bijzonder sterren plegen genoemd te
worden , zijn mecrendeels vaste sterren , die zich in het
algemeen door haar helder en schitterend licht onderscheiden.
Derzelver verwijdering van onze aarde is onmetelijk en haar
getal oneindig.
§ 6.
Sterreheelden.
Ten einde echter niet geheel in die ontelbare menigte van
vaste sterren te verwai ren, heeft men, reeds sedert de vroeg-
ste tijden , de aanzienlijkste derzelve in verschillende groepen
vereenigd, en eenige van dezelve, uit hoofde eener werkelijke
of ingebeelde gelijkenis , naar zekere personen of voorwer-
pen , vooral naar zekere dieren met overeenkomstige namen
bestempeld: terwijl de namen van andere hunnen oorsprong
aan de zeden en de godsdienstleer der oude volken, aan
natuurverschijnselen en verschillende, ons onbekende oorzaken
verschuldigd zijn. Het zijn deze groepen, welke men, ook
om vermelde reden, gesternten of sterreheelden noemt.
§ 7-
Dierenriem.
Meest merkwaardig zijn twaalf derzelve, die aan het ge-
welf des hemels eenen grooten cirkel of 20° breeden gordel
beschrijven, welke, wegens de vele onder die sterreheelden
voorkomende dieren , de Dierenrien (Zodiacus) genoemd \vordt.
De namen en sterrekundige teekens der twaalf sterreheelden
van den Dierenriem zijn deze :