Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
255
Schakal of jakhals , de reuzenslang , die met den tijger wor-
stelt, schorpioenen en vele andere gevaarlijke dieren. Van
het gevogelte leven hier pnpegaaijen in ontelbare scharen,
de struis- en paradijsvogels, van welke de schoonste veren en
pluimen komen, en eene soort van zwaluwen, welke de
beruchte lekkernij , de Indiaansche vogelnesten , bouwt. De
zeeën leveren de schoonste parels, de lekkerste visschen,
den tripang of de biche de mer, enz., doch in de rivieren
houdt zich de vrcesselijke krokodil op. Van de mineralen
vindt men in Zuid-Azie, behalve de overige metalen, zeer
veel zilver, koper en tin, en vooral goud in groote menigte
en van de fijnste soort, alsmede de beste diamanten, en an-
dere edele gesteenten.
Midden-Azie beel't vooral icer groote zandwoestijnen en
wijduitgestrekte steppen. De betere streken evenwel zijn
tot den akkerbouw, nog meer echter tot de veefok-
kerij zeer geschikt, en brengen graan, ooft en wijn in
overvloed voort. Ook groeit in eenige oorden van Mid-
den-Azie, en anders nergens, de echte rliabarber, cn
de ginseng, die echter ook in Amerika gevonden wordt.
Overigens zijn de gewassen en dieren hier reeds meer ge-
lijksoortig met de Europeesche, dan die van Zuid Azie. In
het 0. gedeelte van het hoogland is waarschijnlijk het
vaderland te zoeken van alle onze huisdieren, welke al-
daar gezamenlijk in den wilden toestand voorkomen; ook
den eenhoorn beeft men onlangs op de hooge vlakte van
Tibet weder gevonden.
Noord-Azie heeft, in de nabijheid van Midden-Azie, met
dit genoegzaam dezelfde voortbrengselen, doch hoe verder
N. waarts gelegen, des te ruwer en onvruchtbaarder wordt
het land, zoodat ten laatste geene vruchten meer rijp wor-
den, geene planten meer willen tieren, en het bestendig
bevrozen land onbebouwd ligt. Daarentegen heeft dit deel
van Azie eenen grooten rijkdom aan metalen, bosschen,
heerlijk pelswerk en allerlei visschen.