Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
254
heeft slechts eene zeer geringe bearbeiding noodig, omalies
voort te brengen, wat aan de bloeijendste oorden eigen is.
Op vele eilanden tieren gewassen, die in rsuk en smaak dc
fijnsie der gelieele aarde zijn , en onder den algemeenen naam
van specerijen begrepen worden , als de muskaat, het kaneel,
de nagels, de peper, de gember, enz. Ook de krachtigste
artscnijpianten of apothekers waren zijn in Zuid-Azie tehuis,
als kamfer, cassia , manna, opium, mastix, gom, aloë,
wierook, myrrhe, assa foctida , enz. De olijf- en de kolfij-
boom , het suikerriet, de boomwolstruik , de moerbezienboom
met den zijdeworm, die van zijne bladeren leeft, de wijn-
stok, de theestruik, betel en areca , de pisang, de dadels,
oranjeappels , granaten , ananassen , limoenen , meloenen en
andere kostelijke vruchten , hebben hier hun vaderland. De
bosschen leveren de uitmuntendste soorten van timmer-,
bouw- en welriekend hout, als ceders en eypressen, ade-
laar- , ebben-, tiek-, cn sandelhout, euz. Van bamboes
wordt er bijna alles vervaardigd , doch geen boom is voor de
bewoners dier streken, wegens zijne veelvuldige diensten,
nuttiger dan de kokosboom. De meest gewone graansoorten
zijn rijst en maïs , doch tevens wordt er van yamswortels en
sagomerg brood bereid. — Ook met nuttige dieren heeft de
natuur deze streken rijkelijk voorzien. De elefant is tot een
huisdier omgeschapen, en wordt tot trekken en dragen ge-
bruikt. Het kameel is het algemeene lastdier van Zuid-Azie,
zonder hetwelk vele oorden noch bewoond, noch bereisd
zouden kunnen worden : een der leelijkste, maar tevens een
der nuttigste dieren op aarde. De stier wordt in Indie zoo
schoon en zoo vlug, dat men hem voor den wagen spant,
en verre dagreizen met hem maakt. De schoonste paarden
der wereld vallen insgelijks in dit werelddeel. Ook heeft
men er uitmuntende schapen , en in het bijzonder de zoo-
genaamde kamoelgeit, van welke het kemelshaar komt. In
de biesrijke moerassen woont het groote, doch vreedzame
neushoorndier, en naast den koningstij,ger, in de wouden, de
schoone gazel, het rauskusdier, de civetkat, en eene groote
menigte apen van allerlei soort, doch ook de roofzuchtige