Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
253
Het meeste goud geeft Hongarije, het meeste zilver Duitsch-
land ; het meeste koper en het beste ijzer leveren Duitschland ,
Zweden, Engeland en Rusland ; tin hebben slechts Duitschland
en Engeland , het laatste het beste ; lood in tegendeel Schot-
land, Illvrie en het Hartsgebergte in grooten overvloed. Niet
te Vreden met hunne eigene edele metalen , hebben de Euro-
peanen zich in Azie en Amerika rijke bronnen van dezelve
geopend, en naar Europa geleid , die echter weder eenen ster-
ken afvoer naar Azie terug, en vooral naar China lijden.—
Die vreemde voortbrengselen, welke Europa of in het ge-
heel niet, of althans niet van genoegzaam goede hoedanig-
heid in voldoenden voorraad oplevert, hebben de Europeanen
zich door veroveringen in andere werelddeelen eigen gemaakt,
waar zij thans eene onbeschrijfelijke menigte van de schoonste
voortbrengselen op hunnen eigen grond en bodem winnen,
behalve de thee alleen , die zij nog niet aan dc Chinezen heb-
ben kunnen ontwringen ; ook hiertoe worden echter thans in
onze volkplantingen gedurige pogingen in het werk gesteld. —
Tot de eigendommelijke voortbrengselen van Euroj)a behoo-
ren nog het hoendervee cn dc bijen, uit het rijk der dieren,
en do steenkolen en vele andere voortbrengselen uit dat der
delfstoffen.
AZIE.
In een zoo uitgestrekt werelddeel, hetwelk eene zoo ver-
scheidene luchtgesteldheid en eenen zoo verschillenden bodem
heeft, moet ook hetgeen op en in dezelve leeft en tiert, zeer
onderscheiden zijn ; van daar is Azie dan ook aan velerhan-
de, ten deele kostbare en hetzelve geheel eigene, voortbreng-
selen het rijkste land der aarde , aan hetwelk de overige we-
relddeelen , en vooral Europa, een groot deel van hunne nut-
tigste voortbrengselen te danken hebben, welke de Europeanen
uit Azie naar Europa , en van daar naar de overige wereld-
deelen zijn overgeplant.
Dit geldt vooral omtrent Zuid-Azie, waar de natuur den
horen des overvloeds hoogst vrijgevig heeft uitgeschud. Het
plantenrijk prijkt hier in den weelderigsten dos, en de bodem