Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
2ol
eu Oost-Indie wordt aangebragt. Ook de fijne Oost-
Indische specerijen heeft Europa niet, doch aan andere, als
anijs, komijn, enz. is geen gebrek, en vele uitmuntende
verfplanten heeft men insgelijks reeds aangekweekt, ja zelfs
in de laatste tijden gepoogd, de cochenille in het Z. van Eu-
ropa te verbreiden. Hout hebben slechts weinige landen van
Europa thans meer in overvloed , doch in geen ontbreekt het
geheel. De geweldige bosschen , waarmede in den ouden tijd
de meeste landen bedekt waren , hebben voor den landbouw
plaats moeten maken. Noorwegen , Zweden, Rusland en
Polen hebben nog het meeste hout. Tot brand worden
veelal, in de plaats van hout, turf en steenkolen gebruikt;
ook bouwt men thans veel meer van gehouwen cn gebakken
steenen, dau in vroegere tijden, en heeft daardoor minder
hout noodig. Hef beste hout voor den scheepsbouw groeit in
N. Duitschland en in Pruissen , en verder langs de Oostzee tot
aan de Einsehe golL De verbouwing van den tab.ik heeft
zich in Europa zeer uitgebreid , vooral in Macedonie , Hongarije,
Duitschland , en bij ons in Utrecht en Gelderland , evenwel is
dezelve op verre na niet genoegzaam voor het gebruik, en
juist ook niet van de beste soort. Vlas cn hennip behooren
mede tot de gewigtigste voortbrengselen van Europa, en voor-
al van Rusland, Duitschland cn de Nederlanden: er wordt
zelfs eene groote menigte linnen naar andce werelddeelen
verzonden, en daarmede een gedeelte der buitcnlandsche
voortbrengselen betaald. Boomwol kan men naauwelijks tot
de Europeesche voortbrengselen rekenen, ofschoon in de meest
Z. oorden van S[)anje en Italië een weinig, en in Tu'.'kije
zelfs vrij wat boomwol groeit; dezelve is toch op verre na
niet voor de Europeesche manufacturen toereikende, zoodat
er tot deze voorraad uit andere werelddeelen moet worden
aangevoerd, ja zelfs worden cr ook nog vele gereede stoffen
van boomwol uit Oost-Indie en uit China overgebragt. Be-
ter staat het met de zijde; want zij wordt in Z. Europa,
ofschoon niet in gcnoegz.".me menigte, echter met veel ge-
luk gewonnen ; het ontbrekende wordt uit Azie aangevoerd.
In Europa wordt dc meeste zijde gewonnen in It.alie, Spanje