Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
248
kan ; zoo drijven in het Z. halfrond reeds ijsbergen en ijsschot-
sen op eene breedte, waar men op het N. halfrond nog de
gladde opene zee ziet. De oorzaak hiervan ligt klaarblijkelijk
in de geweldige groote massa water, welke over het geheel
Z. halfrond is uitgebreid.
VAN DE VOORTBRENGSELEN.
E ü R O P A.
Akkerbouw en veefokkerij zijn de voornaamste voedings-
middelen , welke de natuur den Europeaan heeft aangewe-
zen. Bijna alle oorden van Europa, tot aan de koude zone
toe, zijn of (ot beide, of althans tot een van beidegesehikt.
Europa heeft geene zandwoestijnen , en slechts eenige minder
vruchtbare, doch niet geheel onbruikbare vlakten ; slechts
daar , waar alles met ijs en sneeuw bedekt is , schijnt Europa
geheel voor de kuituur ongeschikt te zijn. Zoo is dan ook
geen werelddeel overal zoo goed aangebouwd als Europa,
ofschoon de landbouw nog veel verbeterd kan worden, en
ook dagelijks nog steeds verbeterd wordt.
Europa heeft overigens de meeste voortbrengselen uit het
plantenrijk minder aan de natuur, dan aan hare eigene vlijt
te danken. De natuur toch heeft haar weinig meer, dan
eikels en boomvruchten gegeven. De Europeanen hebben de
natuurlijke voortbrengselen, welke zij thans bezitten, uit al-
le andere werelddeelen te zamen gebragt, en de bodem en het
klimaat van Europa hebben dezelve slechts opgenomen; ja ook
thans nog worden er steeds proeven en pogingen in het werk ge-
steld, om nuttige buitenla.idsche voortbrengselen op Europee-
schen grond over te planten. Voornamelijk heeft Azie, bovenal
rijk aan gaven der natuur, zeer veelaan Europa moeten ver-
schaffen. Van verscheiden voortbrengselen kennen wij het va-
derland , althans waarschijnlijk, van vele echter weten wij
slechts, dat zij oorspronkelijk niet in Europa te huis behoo-
ren, zonder te kunnen opgeven, wanneer en van waar ze
herwaarts zijn overgebragt. Voor het vaderland der rogge
cn boekweit houdt men Z. Siberie cn de hoogevlakte van