Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
247
niet open, doch naar de waarnemingen, welke men te Port
Jackson gemaakt heeft, is het niet onwaarschijnlijk , dat op
deszelfs hooge vlakten ook aanzienlijke zandwoestijnen te vin-
den zijn. Somwijlen toch vertoont zich to Sidney Town een
sterke wind, die uit het N. W. komt, en, gelijk de Siroc-
co, eene verstikkende en vernielende kracht heeft, ja zelfs,
ofschoon hij slechts eenen korten tijd aanhoudt, toch eene
zoo drukkende hitte verbreidt, dat zij bijna niet te ver-
dragen is. Deze vrcesselijke wind werkt even zoo verderfe-
lijk op de dieren, als op de planten; de hemel neemt
daarbij plotseling eene donker graauwe kleur aan , de warmte
stijgt tot eene geweldige hoogte, het bloed geraakt in eene
hevige beweging, en het geheele ligchaam bevindt zich in
eene onbehagelijkheid, uit welke men te vergeefs redding
zoekt; de vogels vallen dood ter neder , en de planten ver-
welken of verdorren. Men meent te Port Jackson , dat deze
wind op cene gelijke wijze ontstaat als de Sirocco, en zich
in de verschroeide oorden der binnenlanden tot eenen zoo
hoogen graad verhit. Ook is in die streken, welke beneden
den keerkring gelegen zijn, de winter vrij merkbaar, dc
vorst tamelijk aanhoudend, en gedurende cénen nacht wordt
het water soms met eene korst ijs bedekt, die wel 2 of 3
duimen dik is.
Nieuw-Zeeland, ofschoon nader bij de Z. pool gelegen,
dan het vastland, heeft toch een veel milder en aangenamer
klimaat. Op de N. helft, nog onder 41° Z. B. en in de na-
bijheid der sneeuwbergen, kent men zelfs geenen rijp, en de
hitte wordt ook in den zomer nooit overmatig groot. Nieuw-
Zeeland schijnt in Australië in dezelfde verhouding tot het
vastland te staan , als Engeland en Zeeland in Europa. De
Z. helft, van 42° tot 49° Z. B., is daarentegen bijna even
zoo koud ais Schotland. In het algemeen wordt in het Z.
halfrond de koude reeds ondragelijk op die breedte, waarin
het N. halfrond, vooral in Europa , nog eene milde lucht-
gesteldheid heerscht. Zoo komt de Zuid-Kaap op Tawai-Poe-
nammu in breedte overeen met Midden-Frankrijk , en toch is zij
daar zoo ruw , als ze maar immer omtrent Kinnaerdshead zijn