Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
i>46
dencleii hemel van Oud-Guinea en Haiti. Zelfs die eilanden,
welke juist onder den evenaar, of althans in deszelfs nabij-
heid gelegen zijn, hebben eene veel gemagtigder luchtge-
steldheid , waarvan do oorzaak gezocht moet worden in de
aanhoudende bestendigheid der passaatwinden, welke deze
eilanden behccrschen. Men gevoelt dezelve tot 28" en 30° ter
wederzijden van den eveniiar , en derhalve, met uitzondering
van de Z. punt van Nieuw-Zeeland en van Van Diemensland,
in geheel Australië. Zij waaijcn er, gelijk wij vroeger ook
reeds gezien hebben, regelmatig het gansche jaar door , deels
uit het N. O. , deels uit het Z. O., en wel sterker, dan in
eenig ander werelddeel, daar nergens eene aanmerkelijke
bergmassa hunne sterkte breekt of tegenhoudt. Het meest
bemerkbaar is hun invloed, in het N. halfrond, van Junij
tot September , en , in het Z. halfrond , van November tot
Maart. In de zeestreek tusschen Timor , het vastland en Nieuw-
Guinea wisselt de N. O. met de N. Vf. wind af. Het minst
bestendig zijn de passaatwinden tusschen 2° en ö° N. B., waar
de zich kruisende N. O. cn Z. 0. winden dan windstilten,
dan daarentegen hevige orkanen te weeg brengen, welke
door regen, donder cn bliksem, en met eene geweldige be-
weging der zee, ja tusschenbeiden met aardbevingen verge-
zeld gaan. Beiialve deze bestendige winden brengt de af-
wisseling van dag en nacht, door de verandering der lucht-
gesteldheid, welke haar vergezelt, die gedeeltelijke en af-
wisselende land- en zeewinden voort , welker werking op de
eilanden omtrent den evenaar het regelmatigste is; de zee-
wind waait gewoonlijk van tien uren des morgens tot zes
uren des avonds, en de landwind van zeven uren des avonds
tot acht uren des moi'gens.
Alle eilanden, die in het bereik der passaatwinden gelegen
zijn , bezitten eene zeer gezonde en vervrolijkende luchtge-
steldheid ; ongezond zijn slechts de lage, aan overstrooming
blootgestelde eilanden, en de Z. en W. zandige kusten van het
vastland, waar men dikwijls niet eens friseh, maar slechts
meestal brak water vindt.
Het binnenland van Nieuw-IIolland ligt voor ons nog wel