Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
245
lijn , hebben in het algemeen een veel meer gematigd kli-
maat , d.m de kustlanden langs den Atlantisehen oceaan, en
zelfs in de landen ten W. van den Missisippi is hetzelve veol
milder, dan ten O. van dezen stroom. Buitendien is de damp-
kring met zeer vele electrieke stoffen vervuld , zoodat de on-
weders nergens heviger, en de bliksem en donder geweldiger
zijn, dan in Noord-Amerika , waardoor de lucht zeer dik-
wijls en zeer sterk wordt afgekoeld j terwijl daarentegen slechts
in de nabijheid van den evenaar vuurspuwende bergen ge-
vonden worden.
Omtrent den evenaar heeft men, even als op deoudeaitrd-
veste , ook slechts twee jaargetijden: een nat, en een droog.
Niet zelden lijden deze streken door aardbevingen, en West-
Indie vooral door hevige orkanen. Ook zijn deze oorden
niets minder, dan gezond, en hier schijnt de oorsprong van
de gele koorts, deze pest der nieuwe wereld , gezocht te moe-
ten worden.
acstbalie.
Australië ligt ten deele in de heete, ten deele in de Z.
gematigde zone ; bijna de geheele massa der talrijke eilanden
hebben de luchtgesteldheid van den evenaar ; en slechts de
Z. helft van het vastland, Nieuw-Zeeland en eenige kleinere
eilanden breiden zich beneden den Z. keerkring uit. Dat ech-
ter op eene ruimte, dio meer dan 110° L. en 70° B. groot
is, de lucht en het weder niet overal gelijk zijn , en zelfs
op de eilanden, die onder dezelfde breedte liggen, beide
door verschillende oorzaken gewijzigd worden, is niet, dan
zeer natuurlijk. Zoo brengen de vulkanische gesteldheid van
den bodem, de hoogere en lagere gebergten, hun stand
tegen elkander, de afgezonderde of zamengedrongene ligging
der eilanden , enz., een aanmerkelijk onderscheid in hunne
luchtgesteldheid te weeg.
In het algemeen is het klimaat veel minder heet, dan in
Afrika en West-Indie. Nergens, zelfs niet onder de lood-
regte stralen der zon, voelt de Europeaan zich door eene zoo-
danige onverdragelijke hitte benaauwd, als onder den bran-