Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
244
spiegel, door de passaatwinden , bestendig bewogen en gezui-
verd wordt; de talrijke, in eene ruime mate met bronnen
en beken voorziene bergketenen, welker kruinen zich verre
boven de wolken verheffen; de koele, ja koude stroomende
wateren , welke het bijna overal doorsnijden, en, bij hunne
geweldige breedte, eerst na vele kronkelingen en omwegen
de zee bereiken ; de vlakten zonder zand , die derhalve minder
vatbaar zijn om de warmtestof op te nemen , te bewaren en
weder mede te deelen ; de ondoordringbare bosschen, welke
de vlakten, die omtrent den evenaar liggen , bedekken, en de
zonnestralen niet doorlatende, eenen onuitputtelijken voor-
raad van koelte bewaren : alle deze oorzaken brengen in Z.
Amerika eene luchtgesteldheid te weeg , welke door hare frisch-
heid en vochtigheid van die , welke in Afrika heerscht, geheel
verschilt. Aan deze oorzaken moet dan ook alleen de zoo
sterke, weelderige, sap- en loofrijke wasdom toegeschreven
worden, welke dit heerlijk vastland versiert.
Doch ook Noord-Amerika is veel koeler, dan Europa ; de
jaargetijden zijn er zoo regelmatig niet, en beide, koude
en warmte, gaan meer in de uitersten over. Onder iS" N. B.
waar in Europa de winterkoude bijna onmerkbaar is , bevriest
in Canada nog de wijngeest, en verstijven zelfs de St. Lau-
rensstroom en de grootste meren. Ook de overgang uit den
winter in den zomer geschiedt niet langzamerhand, maar de
wasdom treedt, even als in Rusland onder S3° N. B., plotse-
ling en met volle kracht ten voorschijn, en waar eenige dagen
te voren alles nog onder de sneeuw bedolven lag, ziet men
eensklaps bloeijende struiken cn boomen, en de zomer is
daar, zonder dat eene lente is voorafgegaan. Zonder twijfel
is deze strengere koude haren oorsprong aan de noordewin-
den verschuldigd, die, door geene gebergten tegengehouden,
zich ongehinderd over de vlakten van Noord-Amerika kun-
nen uitbreiden, alsmede aan de geweldige ijsmassa's, welke
de N. poollanden omgeven , en zelfs het eiland New-Found-
land en de golf van St. Laurens bedekken : immers de kust-
landen langs den Grooten oceaan , welke door het Rotsgebergte
vonr den eersten aanval van den konden N. O. wind beschermd