Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
240
I
W
I >1'
K
verminderde sterkte jjeene vochtigheid meer, maiir slechts
eene zuivere warmte voort te brengen; het land wordt droog
en de lucht helder: het is zomer. Evenwel ondergaat deze
regel in eenige kustlanden, zoo als in Voor-Indie, eene uit-
zondering, cn langs den N. rand naderen de jaargetijden
min of meer de onze. Het midden dezer landen is meestal
het sterkst verhit, en dc lucht, die over de verschroeide
velden hcenstrijkt, vormt winden , welke alles verstikken,
zoo als de Samum in Iran en op de kust van Malabar, en
dc Uri aan de Roode zee. Hierbij komen menigvuldige aard-
bevingen , in het bijzonder daar, waar de bodem vulkanisch
is, en een vuurhaard onder de verzengde aardkorst gloeit.
Buitengewoon groot is de rijkdom , ja verkwisting van schoon-
heid voor het oog , voor den smaak en den reuk in deze
heerlijke natuur : mijlen ver ruikt men in zee de balsemgeu-
ren der Molukkcn. Doch niet slechts de edelste planten, de
smakelijkste vruchten en do krachtigste specerijen , maar
ook de grootste en moedigste viervoetige dieren zijn de na-
tuurlijke voortbrengselen dezer warme landen. Hier is dc
kweektuin der natuur, en alles, wat de heete zone schoons
en heerlijks vermag voort te brengen, ontwikkelt zich in deze
luchtstreek.
AFRIKA.
Afrika, hetwelk tusschcn den .37° N. B. cn 83° Z. B. ge-
legen is, bevindt zich grootendeels in de heete zone, en
slechts eene kleine punt strekt zich ten Z. , cn cene eenigzins
aanmerkelijker streep ten N. der keerkringen uit. De meest
N. en Z. landen dezer luchtstreek zijn zonder eenen eigen-
lijken winter ; sneeuw en ijs ziet men in de lagere oorden
zelden , cn althans slechts als voorbijgaande verschijnselen ,
alleen op de hoogste bergen langer vertoevende. Des te
grooter en aanhoudender is daarentegen overal de warmte
en hitte.
De eigenlijke heete zone heeft slechts twee jaargetijden :
het drooge en het natte, deze pleegt gewoonlijk de winter,
gene de zomer genoemd worden. De regen volgt de zon ;