Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
2
Bij de beoefening der aardrijkskunde bedient men zich van zooge-
naamde aardgloben en haarten, Eene aardglobe geeft eene voorstelling
van de aarde als eon bol; op dezelve zijn de verschillende landen, ber-
gen, rivieren, sleden, enz. in derzeivcr belrekkelijke ligging, loop en
plaats aangeteekend. Daar echter zulke door kunst nageboolste aard-
'bollen alleen dienen oni een gemakkelijk overzigt van de geheele aarde
te geven , behoeven zij slechts eene geringe grooUe te hebben, waarom
zij dan ook geene naaimkeurige kennis van de bijzondere gcdeellen van hel
oppervlak der aarde kunnen geven. Om deze reden maakt men teekeningen
van de oppervlakte der aarde, op een plat vlak gebragt, waarbij men nu of
de geheele oppervlakte der aarde, of een zeker gedeelte derzelve voor-
stelt, en naarmate van de belrekkelijke grooUe der teekening ook meer-
dere of mindere bijzonderheden aanwijzen kan. Zoodanige teekeningen
worden landkaarten ^ of eenvoudig liaartvn genoemd Eene kaart, op
welke de geheele aardbol wordt voorgesteld, in Iwee halfronden, heet
de wereldkaart {Planiglolus, Mappemonde.) AVanneer een vrij gruot
gedeelte der aarde (b.v. één werelddeel) afgebeeld is, noemen wij zoo-
danige afbeelding eene algemcene kaart. Is het voorgestelde deel der aarde
daarentegen klein in vergelijking van het geheel, dan wordt deszelfs af-
beelding eene bijzondere kaart genoemd. Teekeningen , welke zeer kleine
deelen, enkele streken, sleden, dorpen, vestingen, enz. voorstellen,
worden jüanncn , of plaatsbeschrijvende {topographische) kaarten gehee-
ten. Die, welke voornamelijk de rivieren voorstellen, noemt men
stroom- [hydrographische) y die, welke hoofdzakelijk eene afbeelding der
gebergten geven, berg- [orograpkische) kaarten, Wanneer op kaarten,
in het bijzonder de zeekusten, havens, reeden, eilanden, zeeklippen,
zandbanken , ondiepten , enz. zijn voorgesteld , worden ze zeekaarten
genoemd. Zijn, behalve de ge\'\one inhoud der landkaarten, ook de
post- en andere wegen opgegeven , dan noemt men dezelve post^ of
reiskaarten. Kene verzameling van kaarten heet een Atlas. — Bij deze
meer algemeene afbeeldingen van de oppervlakte der aarde komen nog
die van enkele, vooral bergachtige, streken in verheven beeldwerk {en
rclief)y en eindelijk die van bijzondere, meestal bekoorlijke, oorden in
leeLeniog, plaat- of schilderwerk.
VIWVWXMWWW/X'V