Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
235
cn bij meerdere nadering tot de zeekusten in vochtigheid ;
voor de inboorlingen is het echter bijna overal gezond. Zoo
verhindert, in het N. W. van Frankrijk cn in België, de
vochtige lucht eenen grooteren graad van koude. In de
Nederlanden, mede de laagste vlakte van geheel Europa, is
de lucht bijna aanhoudend zeer vochtig, dik cn zwaar, cn ,
vooral door de menigvuldige stormen , het weder zeer ver-
anderlijk , doch, in het algemeen , de warmte en koude vrij
gematigd ; in de Z. 0. streken is do lucht echter eenigzins
drooger en zuiverder. Eene gelijksoortige luchtgesteldheid
heerscht in Denemarken, het N. van Duitschland, en de ove-
rige landen , rondom de Oostzee gelegen , overigens in groo-
tere ol' geringere koude verschillende, naar de meerder of
minder N. ligging. In Rusland is natuurlijk , bij de groote
uitgestrektheid des lands, het klimaat, naar dc onderschei-
dene breedte, zeer verschillende : terwijl de middcn-provin-
cien graan in overvloed leveren, terwijl in ïaurie alle zuid-
vruchten heerlijk gedijen cn liet kameel de Z. steppen door-
trekt, verstijven de N. streken, gedurende langer dan een
half jaar, tot eene koude woestenij , waar slechts het ren-
dier een bekrompen voedsel vindt, cn do ijsbccren en pels-
dieren de groote sneeuw- en ijsvelden doorstroopen. In het
algemeen zijn ook de O. oorden, wegens dc grootere verwij-
dering van de zee, veel kouder , dan de W.
De bergstreek van het N. Europeesch schiereiland , of Scan-
dinavië, heeft aan hare 0. helling het meer drooge klimaat
der binnenlanden, en a.in hare W. helling het meer voch-
tige klimaat der kusten. Het N. gedeelts heeft natuurlijk eene
zeer strenge winterkoude, welke, in Noorwegen en op het
hoogland van Zweden, nog door vreesselijke stormen ver-
meerderd wordt, terwijl de zomer, die daar eenen bijna be-
stendigen dag. heeft, zich bij eene warmte van zes of zeven
weken bepaalt, in welke echter, door de grootere hitte,
dc vruchten schielijk rijp worden.
Op de Britsche eilanden heerscht, in de vlakten van En-
geland en Ierland , wegens de nabijheid der zee een vochtig
en gematigd klimaat, hetwelk noch zeer heete zomers.