Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
234
4
1
f,
Ten N. vau de Alpen, in het Z. of bergachtige gedeelte
van Duitschland , is de luchtsgesteldheid over het geheel ge-
matigd en gezond. De zomer is warm genoeg om de meeste
veld- tuin- en boomvruchten, en zelfs de wijndruif, tot rijp-
heid te brengen ; dcch de winter is vrij streng, vooral teu
gevolge van de koude, welke de luet sneeuw ea ijs bedekte
bergen verspreiden. In de alplandcn is het klimaat natuur-
lijk zeer ruw, en op de hooggebergten houdt de winter,
bijna onafgebroken, zijnen troon opgeslagen, of wijkt al-
thans slechts zelden voor de kracht der bezielende zonnestra-
len. In de valleijen echter van de Z. helling, in Z. Tyrol
cn het kustland der Adriatische zee, heerscht reeds eene
Italiaansche lucht, en de zuidvruchten gedijen er ook op den
kouden grond. Eene gelijke luchts^esteldheid genieten de
aangrenzende, verder Z. O. waarts gelegene berglanden van
Stiermarken, lllyrie, Slavonie, Kroatië en Dalmatie.
Hongarije heeft, in de bergachtige streken , ecne koude,
doch gflzonde luchtgesteldheid , cn in de oorden , waar het
Karpathisch gebergte zich verheft, komt het klimaat genoeg-
zaam met dat der alplandcn overeen. In het Z. W., vlak-
kere gedeelte is het warmer , doch , ten gevolge van de scha-
delijke uitwasemingen der menigvuldige groote moerassen en
stilstaande wateren, minder gezond ; op zeer heete dagen
volgen hier ook gewoonlijk zeer koele nachten.
Het klimaat van het Z. O. schiereiland, of Europeesch
Turkije, is over het geheel mild, frisch , schoon en gezond,
doch, ten gevolge van de vele gebergten en inspoelingcn
der zee, zeer veranderlijk. In het N. van het hoofdgebergte
is het ruwer, en niet zonder eene gevoelige Vvinterkoude ;
in het Z. daarentegen dikwijls drukkend warm, cn, vooral
in dalen en op de eilanden, zeer geschikt voor den aan-
bouw der zuidvruchten, inzorderheid der olijven, vijgen en
wijndruiven.
In het groote N. 0. vlakland van Europa is de luchtge-
steldheid , in het algemeen, koeler en vochtiger, dan in het
Z- W. bergland, en over het geheel meer regelmatig, ter-
wijl het met de meerdere N. breedte in koude toeneemt,