Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
->27
zijn ; ten deele zijn het lagere eilanden , welke zich naau-
welijks boven de oppervlakte der zee verheffen , en van welke
zelfs eenige door den vloed, of, bij hoogen waterstand,
door de golven bedekt worden. De hooge eilanden zijn van
eenen vulkanischen aard: de Marianen vormen cene, met de
vulkanen der Philippijnen evenwijdig gelegene bergketen,
die zich op het hooghind , hoedanig de geheele bodem der
zee hier schijnt te zijn, verheft, en hare kruinen boven het
water uitsteekt, onder welke, in het N. gedeelte, ook thans
nog vele werkdadige vulkanen zijn, terwijl die der afgezon-
derde eilanden meestal zijn uitgebrand. De fagere eilanden
en de kringvormige eilandgroepen zijn klaarblijkelijk van eene
latere vorming, en nog voortdurend ontstaan er telkens nieu-
we , door den wonderbaren bouw der koraaldieren , welke
zich meest ringvormig boven de oppervlakte des waters ver-
heffen , door verwering cn de vereeniging met de schelpen
van ontelbare schaaldieren in vasten kalksteen overgaan , en
door het vergaan van .langespoelde dieren en planten lang-
zamerhand met eene vruchtbare aardkorst bedekt worden.
In het midden dezer aldus ontstane eilanden blijft gewoonlijk
eerst nog eene, met de /.ce in verbinding staande laagte over,
welke eerst later aangevuld wordt, en bij vele eilanden de-
zer soort steeds als eene diepte , tegen den hoogen rand be-
merkbaar blijft.
I.
gebergten.
Nicuw-Holland, of het vastland van Australië, bestaat uit
een uitgestrekt hoogland , hetwelk rondom door hooge ber-
gen , als met eenen voormuur, omgeven is , die slechts n.iar
de zijde der zee eene smalle, zandige kuststreek overlaten ,
welke ten deele met aangespoelde aardsoorten bedekt is. Het
inwendige gebergtestelsel is, gelijk het geheele binnenland,
volstrekt onbekend , en
Be Blaauwe hazaltgebergtcn , welke, in het Z. O. deel
van Nicuw-Holland, het terras van Sidney omge-
15*