Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
226
De Gezelschapseilanden (c. 17° Z. B. en 226° L.) , ondop
welke het bekende
Tahiti of Otaheite, c. 20 v. m. groot.
De Lage eilanden (c. 18° Z. ß. en 133" L.).
Mendana's Jrciiipel (c. 9° Z. B. en 239° L.).
Het Paasch-eiland (c. 27° Z. B. en 268° L.).
Het Prinsen-eiland of Sala y Games (c. 26V," Z. B. cn
272° L.).
Geheel van deze beide rijen afgezonderd ligt
De Archipel der Sandwichseilanden, niet eenige andere
kleinere verstrooide eilanden, het uiterste buitenwerk van
Australië (c. 23° N. B. en 20° L.), van welke
Owaihi (c. 20" N. B. en 223° L.) het grootste is.
Wanneer men de onderlinge verhouding en gesteldheid de-
zer eilanden beschouwt, en de bestanddeelen van den bodem ,
alsmede de voortbrengselen nagaat, en met die van het vast-
land vergelijkt, blijkt het meer dan waarschijnlijk te zijn,
dat dit vastland vroeger eene veel grootere uitgestrektheid
gehad, en misschien met bijna de gansche binnenste rij oen
geheel uitgemaakt heeft. Vermoedelijk was namelijk voor-
heen de gansche ruimte , welke thans tusschen deze rij en
het vastland ligt, een zamenhangend land , hetwelk ten ge-
volge der omwentelingen , later door vuur en water te weeg
gebragt, uiteen gescheurd, cn grootendeels door het water
weggespoeld of onder hetzelve bedolven is , terwijl slechts de
hoogere, vastcro deelen weerstand hebben geboden, en nu
nog als eilanden overgebleven xijn. De meeste dezer eilan-
den zijn van eenen vulkanischen aard; op INieuw-Guinea cn
Nieuw-Brittannie werken de hoogere bergkruinen nog steeds ,
terwijl men op het vastland zelf geene vuurspuwende bergen
ontdekt heeft.
Van eenen anderen oorsprong schijnt de buitenste rij der
Australische eilaridcn te wezen : het zijn ten deele ronde , of
althans eenigzins rondachtige eilanden , welke tot de bazalt-
vorming behooren , als leegcbergten hoog boven de opper-
vlakte des waters uitsteken, en met steile kliprifTen, te-
gen welke de zee in geweldige brandingen breekt, omgeven