Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
AIGEMEEM
GROIVDBEGINSELEN
DER
AARDRIJKSKUNDE.

§ 1.
Begrip en verdeeling.
De aardrijkskunde is, gelijk het woord zelf reeds aanduidt,
die wetenschap, welke ons eene grondige en naauwkcurige
kennis verschaft van den toestand der aarde en van die dingen,
welke op dezen toestand eenen gewigtigen invloed uitoefenen
of met denzelven in een onmiddelijk verband staan. — De
voordragt dezer wetenschap in geschrifte noemt men aardbe-
schrijving (Geographia). Zij behandelt:
1. De aarde beschouwd als wereldligchaam en in de ge-
volgen harer betrekking tot de andere wereldligchamen (G.
Mathematica).
2. De aarde beschouwd in de algemeene eigenschappen van
hare natuurlijke gesteldheid (G. Physica).
3. De aarde beschouwd in de natuurlijke verhouding van
de bijzondere deelen harer oppervlakte [G. Pura).
■4. De aarde beschouwd in de bijzondere gesteldheid, welke
zij ten gevolge van de willekeurige bepalingen en door de
werkzame handen der menschen verkregen heeft (G. Politica),
1