Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
211
de zee open , vooimI naar dc zijde der oude wereld , terwijl
daarentegen Z. Amerika, even als Afrika , meer in zich zelf
afgesloten is.
Met betrekking tot de mindere of meerdere verhevenheid
boven de oppervlakte der zee , vormt Amerika eene sterke
tegenstelling tegen Azie en Afrika. In deze werelddeelen
heeft het hoogland met zijne geweldige grensgebergten verre-
weg de bovenhand ; in Amerika daarentegen is slechts de W.
kust door eene , in de gansche lengte van hetzelve zich uit-
strekkende , bergketen bedekt, terwijl het W. gedeelte ge-
noegzaam geheel uit lage vlakten bestaat, welke eene ruimte
van c. 423,700 v. m. , en dus bijna '/j deelen van het gan-
sche vastland innemen.
In de tusschen N. en Z. Amerika gelegene zee breidt zich ,
als een derde hoofddeel, eene groote groep eilanden uit, welke
gezamenlijk met den naam van West-Indie plegen bestem-
peld te worden. Zij bestaat uit twee rijen. De eerste be-
gint ten Z. W. van het schiereiland Florida, strekt zich 380
m. Z. O. waarts uit, wendt zich dan , ISO m. lang, Z. waarts
naar de kusten van Z. Amerika , welke zij eindelijk, W. waarts,
140 m. ver begeleidt; deze eilanden worden dc Antillen ge-
noemd. De tweede keten, de Bahama-of Lucaische eilanden,
breidt zich, ten PT. van de eerste en min of meer evenwijdig
met dezelve, 130 m. ver, ten Z. O. van Florida uit. De ge-
zamenlijke uitgestrektheid der oppervlakte dezer eilanden be-
draagt c. 4300 v. m.
EILANDEN.
A. In de N. IJszee.
Spitsbergen, eene groep eilanden, tezamen 1400 v.
m. groot, die ook wel tot Azie gebragt worden, cn van
welke de voornaamste zijn :
Spitsbergen, in het bijzonder dus genoemd (c. 76°
— 80° N. B en 26° — 48° L.).
Noord-Oostland, ten N. , en
Zuid-Oostland of Edges-land), ten Z. O. van het eerste.
Mehilles eiland (c. 75° N, B. en 266" L.
14 •
1