Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
208
ge, en ook thans nog niet geheel Lekende stroom ontspringt
waarschijnlijk in het Kong-gebergte (e. 10° N. B. en 10° L.).
Na eenen loop van bijna SO m. valt hij van het Mandingoter-
ras al', en stroomt vervolgens door vlakkere landen. Hij vormt
voorts het Dibbie-meer, en neemt, na tot dus verre eene N. O.
rigting gehad te hebben, ten.Z. van Tonibuctu (c. IS'/s" N-B-
en 19° L.). eene Z. 0. rigting , welke hij waarschijnlijk houdt,
tot hij zich vervolgens in verscheiden armen verdeelt, welke
zich, (mder zeer verschillende benamingen, gezamenlijk in de
bogt van Guinea ontlasten. De voornaamste en meest bekende
van deze mondingen is die, welke de Benin of Formosa,
ook wel Quorra, Kowara, enz. genoemd wordt (c. 6° N. B.
en 2-4° L.).
De Zaïre of Congo ontspringt waarschijnlijk uit onderschei-
dene bronnen en meren in het Z. hoogland. Na bij Sundi
eenen aanzienlijken waterval gevormd te hebben , doorstroomt
zij, in eene Z. W. rigting, Beneden-Guinea, tot zij zich (c.
6Vj° Z. B. en 31° L.) in de Ethiopische zee ontlast.
De Coanza of Kuenza ontspringt ook in het Z. hoogland ,
doorstroomt in eene W. rigting Angola , en ontlast zich (c. 9°
Z. B. en 32° L.) insgelijks in de Etiiiopische zee Zij is zeer
diep, en 45 mijlen ver bevaarbaar.
De Oranjestroom of de Gariep (Groote stroom) ontstaat uit
de vereeniging van den Ky-Gariep (Gelen stroom), die in
het hoogland der Beetjuanen, en den Nu-Gariep (Zwar-
ten stroom), die in het Snecuw-gebergtc ontspringt. Hij
heeft eene W. rigting, en bij kaap Voltas (28Vi° N. B. en
35° L.), aan den Atlantischen Oce/ian , zijne monding, die
echter in het warme jaargetijde droog is , terwyl in de stroom-
bedding, even als bij verscheiden andere Afrikaansche ri-
vieren , eene aaneengeschakelde rij van kleine meren gevonden
wordt.
De Zamheze of Cuama ontspringt in het Z. hoogland uit on-
bekende bronnen, doorbreekt het Lupata-gebergte, valt in
verscheiden katarakten van het eene terras naar het andere
neder, spoedt zich dikwijls door zijne rotsachtige bedding
pijlsnel voort, is dan weder geheele streken door bevaar-