Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
204
Palma (c. 29° N. B. en 0° L.).
Forte-Ventura (c. 28V2° N. B. en 3° L.)
Lanrecota (29»/»° N. B. eu 3'/,° L.)
De Azoren of Vlaamsche eilanden^
St. Michael (c. 37'/, N. B. en 352" L.).
Pico (c. 38V, N. B. en 349'/»° L.).
St. George (e. 38'/, N. B. en 349'/,° L.).
Terceira (c. 38V» N. B. en 330'/,° L.).
I.
GEBERGTEN.
A. Dioord-Afrika.
De Atlas, die in verscheiden ketens de N. W. kustlanden
vervult, wordt in den Grooten, den Kleinen en den Hoogen
Atlas onderscheiden. De Groote Atlas, het meest Z. gelegen ,
valt naar Biledulgerid zacht glooijend af. De Kleine Atlas
strekt zich, langs de kusten der Middellandsche zee, tusschen
de bogt van Gabes en de straat van Gibraltar uit. De Hooge
Atlas , ook Daran genoemd , wordt gevonden in Fez en Marok-
ko , alwaar hij zich langs de kusten van den Atlantischen
Oceaan uitbreidt; zijne kruinen verheffen zich, ten deele,
tot 13,000 v. boven dc oppervlakte der zee, en zijn met
eeuwigdurenden sneeuw bedekt. Als O. uitbreidingen van
het Atlas-gebergte kan men beschouwen:
Hel Ghuriano- , het Terhouna en het Suarit-gehergte , in
het W. van Tripoli, c. 1300 v. hoog.
Het Soudah- of Zwarte gebergte , en de Witte en de Zwarte
Harutsch , in Fezzan.
Het Plateau van Barka, ten O. van de bogt van Sydra
(Syrtis major) van c. 38° tot 43° L. en van 29° tot 33° N. B.
hetwelk zich omtrent 1300 v. boven de oppervlakte der zee
verheft.
Het Nijl-gebergte. In Egypte is de Nijl door twee bergketens
ingesloten, van welke de W. de Libysche, en de 0. de
Arabische of de Makattam genoemd wordt. Zij loopen te-
vens verder Z. waarts ter wederzijden van den Nijl voort, en
I
I