Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
202
van Afrika zich nu verder door het midden van dit wereld-
deel uitbreidt, is tot dus verre geheel onlJekend, en wij
hebben slechts eenige geringe berigten over het N. O. uit-
einde van hetzelve. Als de kern van deze streek kan het
Maan-gebergte, Gibbel-Komri of Gebel-al-Kamar , beschouwd
worden, welks hoogste en W. uitbreiding ons onbekend is ,
doch hetwelk met zijne N. O. ketens het in terrassen afval-
lende bergland van Abyssinie vormt, uit hetwelk de regter
bronnen des Nijls ontspringen.
Door het midden van Afrika , breidt zich, aan de N. zijde
van het hoogland, Sudan of Nigritie uit, waar de zoo lang
raadselachtige Niger stroomt, en waar in onbekende oorden de
W. bronnen van den Nijl ontspringen, het ondoorvorschte land
der groote binnenzeeën of meren.
De sterkste tegenstelling tegen het hooge Zuid-Afrika , met
zijne bergranden, maakt het lage Noord-Afrika , op weinige uit-
zonderingen na , eene bijna even zoo uitgestrekte , diepe vlakte.
Het verdeelt zich, naar de natuurlijke gesteldheid zijner op-
pervlakte , van zelf in de terraslanden van den Nijl, in het
eigenlijke laagland of de groote woestijn , en in de afzonder-
lijke N. W. bergstreek. Tot de terraslanden des Nijls , langs
de N. O. zijde des werelddeels, behooren Nubie cn Egypte.
Ten N. van Sudan of Nigritie breidt zich de groote woes-
tijn, in het algemeen de Sahara, en in het N. 0. in het bij-
zonder de Libysche woestijn genoemd, welke , 50,000 v. m.
groot, aan den Atlantisehen oceaan begint, en zich 0. waarts
tot aan den Nijl en het delta-land uitstrekt. Als een waar
laagland van dit werelddeel, verheft zij zich slechts 500 v. boven
de oppervlakte der zee. N. waarts van de groote woestijn,
op het kustland langs de Middellandsche zee, verheffen zich,
als eilanden, nog twee af zonderlijke berglanden : N. W. dat
van den Atlas , wiens ketens, min of meer met de zee en on-
der elkander evenwijdig, zich in* verscheiden rijen uitbrei-
den , die in Marokko ten deele boven de sneeuwgrenzen uit-
steken ; en N. 0. de bergvlakte of het vruchtbare tafelland
van Barka.
h