Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
200
Hetzelve doet zich eenigerinate in den vorm van eenen drie-
hoek voor, welke eene zijde naar het N. gekeerd heeft, terwijl
de beide andere zijden, van het N. W. en het N. 0., naar het
Z. toe zamenloopen, en zoo aan de onmetelijke wateren
van de zuidpool eene sterke , doch slechts stompe spits bieden.
Ofschoon Afrika door den evenaar bijna in twee gelijke
helften gedeeld wordt, is echter genoegzaam '/s van zijne
oppervlakte op het N., en slechts '/a op het Z. halfrond ge-
legen.
Afrika wordt begrensd, ten N., van de straat van Gibraltar
(c. §6° N. B. en 12° L.), tot aan de landengte van Suez (e.
31° N. B. en 50° L.), door de Middellandsche zee;
Ten O., van do landengte van Suez tot aan de kaap de
Goede Hoop (c. Si'W Z. B. en 36° L.), door de Roode zee of
de golf van Arabie en door de Indische zee;
Ten W., van de kaap de Goede Hoop tot aan de straat
van Gibraltar , door den Atlantischen oceaan , \viens Z. gedeelte
in het bijzonder de Ethiopische zee genoemd wordt.
Het vastland van Afrika strekt zich uit van c. STVs" N. B.
tot c. 33" Z. B., en van e 0° tot 70° L., en heeft, van kaap
Serras tot aan kaap Agulhas , eene lengte van c. 1080 m. , en ,
van het Groene Voorgebergte tot aan kaap Guardafui, eene
breedte van c. 1020 mijlen. — De geheele uitgestrektheid van
dit werelddeel bedraagt e. 600,000 v. m., waarvan omtrent
11,000 V. m. op de eilanden komen.
In vergelijking van die der andere werelddeelen hebben de kus-
ten van Afrika verrewegde eenvormigstegedaante. Nergensstrek-
ken zich aanmerkelijke deelen als schiereilanden in den oceaan
uit, nergens vormen zich diep inspringende zeeboezems. — Bijna
dezelfde eenvormigheid heeft plaats met betrekking tot de
meerdere of mindere verhevenheid van den bodem boven do
oppervlakte der zee.
Geheel Zuid-Afrika, van de zich terrasvormig verheffende
Z. kusten af, N. w.iarts, tot tegen de 5° en 10° N. B.,
maakt een zamenhangend hoogland.uit, omtrent 6000 v. boven
de oppcvvlakte der zee gelegen, hetwelk O. en W. waarts,
naar de Indische zee en naar den Atlantischen Oceaan, insgelijks