Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
198
gens zijnen loop Z. waarts voort, tot tegen de woestijn van
Syrië, waar hij eene Z. 0. rigting neemt, die hij ook verder
behoudt, tot hij , na bij Kobba de Tigris opgenomen te hebben ,
zich eindelijk in de golf van Perzie ontlast.
D. Rivieren , welke zich in het Aral-meer ontlasten.
De Amu of Gihon, de Oxus der ouden, eene zeer aan-
zienlijke rivier, welke in Afghanistan uit den Hindo-kuseh
ontspringt, eene N. W. rigting heeft, en zich door twee
armen ontlast, terwijl zich oudtijds nog een derde arm naar
de Kaspische zee wendde, die echter^thans in het zand be-
dolven is.
De Syr of Sihon, de Jaxartes der Ouden, insgelijks eene
aanzienlijke rivier, welke uit den Belur-Tagh ontspringt, in
eene N. W. rigting een breed en vruchtbaar, doch weinig
bekend dal doorstroomt, en hare wateren, door twee armen,
in het N. W. van het Aral-meer uitstort.
IV.
HEREN.
Azie heeft zeer vele en uitgestrekte meren ; weinige zijn
eehter naauwkeurig bekend ; De voornaamste zijn :
De Kaspische zee, het grootste meer der aarde, in het W.
van Azie, tusschen Asiatisch Rusland, Iran en Turkestan,
van c. 64Vs° tot 72Vio° L. en v.in c. ST'/i" tot 47V>° N. B.
Hare grootste lengte is = 160, de grootste breedte =
74, de kleinste breedte = 24 g. m., en de geheele uitge-
strektheid = 7300 v. m. Dit meer staat met de Zwarte zee
waarschijnlijk door onderaardsche kanalen in verbinding.
Zijn water is een weinig gezouten, heeft eenen walgelij-
ken smaak , en bevriest iederen winter ; echter heeft het eenen
reinen spiegel, en vormt verscheiden groote golven, van welke
de Balkan-, de Kenderlinks- , de Mangischlak-, de Mertwoi-
en de Kesilagatsch-golf, alsmede die van Astrahad, de grootste
zijn; ook ontvangt het in de Wolga een'van de grootste stroo-
men der aarde.