Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
196
ontlast. Voor hare monding- ligt eene groep van verscheiden
groote en ontelbare kleine eilanden.
B. Rivieren, welke zich in dsn Grooten Oceaan ontlasten.
De Amur, de hoofdstroom van Tungnüe of Mandschurie,
hetwelk naar denzelven ook Amurland genoemd wordt. Deze
rivier heet ook wel de Saghalin-Ula of Zwarte stroom. Zij
ontstaat uit de vereeniging van de Schilka en de Argun, welke
beide uit het Onon-gebergte ontspringen (c.-IQ" N. B. en 1S8°
L.), stroomt in eenen grooten, naar het N. openen boog door
geheel Mandschurie, cn ontlast zich achterliet eiland Karafta
of Saehalin in de Ochotskische zee (c. 1S8° L. en S3Vs° N. B.).
De voornaamste bijstroom dezer rivier is de Songari, die we-
derom de Nonni opneemt.
De Hoangho of de Gele stroom, welke uit het Tibetaansch
gebergte ontspringt (e. 33° N. B. en 118° L.) , eeneN. O. rig-
ting neemt, vervolgens (e.-41° N. B.) eene groote bogt maakt,
en eerst Z. waarts, doch vervolgens, tot aan zijne uitwatering
in de Gele zee (c. 34° N. B. en IST'/i'L-). O. waarts stroomt;
zeer merkwaardig is het wassen dezer rivier.
De Yantse-kiang , o{de Blaauwe rivier , ontspringt mede uit
het Tibetaansch gebergte (e. 33° N. B. en 110° L., maakt, na
in China binnengetreden te zijn , verscheiden bogten, vormt
36 watervallen en neemt ejrst bij Kintscheu eenen bedaarden ,
rustigen loop aan. Nadat zij het Tonting-meer doorsneden heeft,
stroomt zij trotsch en statig voort, terwijl zij nog de wate-
ren van verscheiden andere meren opneemt, tot zij zich in de
Gele zee ontlast (c. 32° N. B. en 38° L.). Hare voornaam-
ste bijstroomen zijn: de Yalong, 130 m. lang, de Han-Kiang
cn de Yuen-Kiang.
De Cambodja, welke diep in het gebergte van Tibet ont-
springt, stroomt, onder den naam der Lantsan-Kiang, door het
Z. W. van China en vervolgens, gewoonlijk de Maykaung ge-
noemd , in eene Z. rigting door Anam ; zij stort hare wateren ,
door verscheiden mondingen , in de Chineesehe zee uit (c. 10°
N. B. en 124° L.).