Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
219
do steppe van Mekran (Gedrosia), welke door de Hilmend door-
sneden wordt, en langs de oevers dezer rivier zeer bewoon-
bare streken heeft.
De Arabische en Syrische woestijnen, welke bijna geheel Ara-
bistan vervullen , doch in haar midden ook vruchtbare en be-
woonde oasen hebben , die ons echter meestal onbekend zijn.
Een groot deel dezer woestijnen bestaat nit los zand, het-
welk dikwijls door de winden rondgedreven wordt: de be-
kende oasen zijn met dadelbooraen begroeid en hebben zoet
water.
III.
BI VIEB sn.
A. Welke zich in de Noordelijke IJszee ontlasten.
De Ob, eene der grootste rivieren van de Oude Wereld.
Zij ontstaat door de vereeniging der Katunga en der Bya,
welke beide in het Altai-gebergte ontspringen (c. S2°N. B. en
107° L.), stroomt door geheel Siberie, en vormt bij hare
monding (c 73° N. B. en 91° L.) de groote Obygolf. Inbaar
ontlast zich de groote Irtisch, en in deze wederom de Ischim
en de Tobol.
De Jenisei, gewisselijk de grootste van alle rivieren der
Onde Wereld, welke uit het Sajanski-gebergte (c. 49° Jf. B.
en 117° L.) ontspringt, en, na eenen loop van meer dan 700
m. , door de lange en smalle baai der 72 eilanden zich in
de N. IJszee ontlast. Bij Jeniseisk heeft zij in den zomer
eene breedte van 370 en in het voorjaar van 793 vademen.
De voornaamste bijstroomen dezer rivier zijn : de Beneden-Tun-
guska, en de Angara of Boven-Tunguska , die het water van
het Baikal-meer aanvoert, in hetwelk zich, onder anderen,
de Selenga ontlast.
D-e Lena, welke aan de W. zijde van het Baikal-gebergte
haren oorsprong heeft (c. 32»/»° N. B. en 124'/,° L.), en, na
eenen weg van 523 m. afgelegd, endeWitim, deOlekma, de
Aldan en de Wilui opgenomen te hebben, zich in den oceaan
13'
Jl