Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
194
De Wolga - of Kalmukken steppe, tusschen den Cauca-
sus en den Ural, door de Wolga doorsneden, heeft hier en
daar vrschtbare laagten , doch zoude geheel woest en schraal
weien, wanneer ze niet door de overstroomingen van die ri-
vier vruelrtbaar geraa<ikt werd.
De Isettische steppe, tusschen het Ural-gehergte en de
Tohol , wel kaal en dor, doch hier en daar niet zonder vrucht-
bare weiden.
De Isehimsche steppe, tusschen de Ischim en de Irtisch,
eenigzins golvende, doch in het algemeen droog, mager en
kaal.
De Baraha , tusschen de Irtisch en de Ob, schraal , met
eenen gipsachtigen bodem en verscheiden zoutmeren, slechts
langs de Ob hoog en vruchtbaar, met kleine meren, akkers
en berkenboschjes.
De Siberische vlakte, langs de Pi. IJszee, het beeld der
grootste eenvormigheid , een kale , slechts met mos en lage
struiken spaarzaam bedekte bodem , die dikwijls door uitge-
strekte, met ijs bedekte moerassen afgewisseld wordt, en
meestal eenen rotsachtigen grond heeft.
De groote tcoestijn van Hindostan of Descht by Daleb, ten
0. van den Indus, van deze tot de Bann , e. 80 m. breed,
en 110 m. lang, eene ware zandzee , in welke echter ook aan-
zienlijke bewoonde oasen gevonden worden, doch overigens
weinig weidegras , maar daarentegen , hier en daar , mimosen,
het geliefkoosde voedsel der kameelen.
De Persische tlakle wordt ten ]S. begrensd door het Elbrus-
gebergte , het Manesch-gebergtc en den Paropamisus , en breidt
zich Z. waarts uit lot aan het Wushuti-, het Buskurd- en het
Bakhtiarisch gebergte, tusschen de Gobul-keten ten 0. en Te-
heran ten W Zij is, van het N. naar het Z., ongeveer 100
m. breed en, van het 0. naar het W., 200 ra. lang, en be-
staat deels uit eenen harden vasten steenbodem, deels uit
los, beweeglijk zand, echter door eenige oasen afgewisseld.
Haar N. W. gedeelte wordt, in het bijzonder, de groote
Zoutwoestijn genoemd; het middelste, in het Z. 0. van Iran,
de woestijn van Kerman ; en het 0. gedeelte, in Afghanistan ,