Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
19.3
vlakten van don ^geheelen aardbol, welke zich , midden in
het hoogland van Azie, tusschen Siberie, Amiirland, China,
Tibet en Turkestan, in eene aanzienlijke breedte, en vooral
in eeTie geweldige lengte uitstrekt : zij is namelijk ten deele
meer dan 400 m. breed, en 6 tot 8000 m. lang. Zij
ligt ten minste 4000 v. hooger, dan de oppervlakte der zee,
en is dus zonder twijfel de hoogst gelegene woestijn der
gausclie aarde. Zij heeft wel enkele vruclitbare dalklovcn ,
doch is over het geheel zonder water en weideplaatsen, en
grootendeels met los zand bedekt. Zij verdeelt zich in de
W. en O. Kobi. De VV., tusschcn Kaschgar en Tangut, welke
door eenen bergrug, Urgan-Daga genoemd, van de O. ge-
seheiden wordt, is vooral met stuifzand vervuld. De O. ,
tusschen Kiachta cn Peking, welke door de Russen de Gabeis-
kaja-steppe genoemd Mordt, is eene hooge bergvlakte, welke
slechts met grof zand of gruis van keisleenen bedekt is,
die zich echter hier cn daar tot aanzienlijke hoogten verhef-
fen , uit welke bronnen ontspringen. Overigens onlhrekcn er
strooinend water en wasdom geheel. Ook treft men hier cn
daar kleine zoutkuilen aan.
De woestijn Kissel-Kium , in het midden van Turkestan, tus-
schen de Syr, het Koukerti-gebergte, de Amu en het Aral-
meer.
De woestijn van Chorassan , in het Z. W. van Turkestan en
het N. 0. van Iran, tusschen de Amu, de Herirud, de At-
truk en de Kaspische zee. Zij heeft veel stuifzaiid, hetwelk,
in wolken opgestoven, bij het drooge klimaat des lands, voor
de karavanen eene zeer groote plaag wordt.
De Kirgisische Steppe, tusschen het Soiigarisch gebergte,
ten O. , en het Ural-gebergte, ten W. Deszelfs oppervlakte is
ten deele steenachtig , geheel droog , hier en daar echter door
zandheuvels en zoutkuilen afgewisseld, en slechts met
doornstruiken bewassen; ten deele heeft zij evenwel eenen
zeer goeden bodem , en in de bergachtige streken hout en
zoet water, hetwelk in slechtere oorden bitter en zoutachtig
is. Het onbewoonbaarste gedeelte maakt de woestijn Bit-
pak uit.
13
II