Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
189
De Syrl'Ural, het middelste gedeelte, van de Tawda tot
aan de Mias, van welke weder de eene helft, de
N. namolijk, de Werchoturische, en de andere de
Jekaterinenhnrgische üral genoemd wordt (36" — 61"
N. B.).
De Baskische lral, het meest Z. gedeelte (32Vj° —36"
N. B.).— Verdere uitbreidingen van den Ural zijn:
De Vlu-Taii of het Vlu-gebergte , ook wel het Guher-
linski-ijeberffle Qcnoemd , een Z. vervolg van den Ural,
van de bronnen der Tobol (e. oS'/i" N. B. en 77" L.),
tot tegen de Caspische zee cn het Aral-meer (c. -47"
N. B. en 7-4" L.).
Jlet ManrjUchluwski-gehergte, tusschen de Caspische zee
en het Aral-mecr.
De Obscheij-Sijrt, ten Z. W. van de hoofdketen des Urals,
tusschcn de rivieren de Ural en de Wolga.
2" Ten N. O. van het Midden-Asiatisch Hoogland.
Het Stannotvoi-Jablonnoi-gebergte , hel meest uitgestrekte,
doch tevens het minst bekende van alle Russische gebergten.
Het loopt, als een vervolg van het Oaürisch gebergte, van de
bron der Olekma af, eerst, als een tamelijk hooge keten, in
eene N. 0. rigting voort, tot omtrent de bron der Tschikiri
(c. 140" L. en S6V3" N. B.), dan in eene Z. 0. rigting tot aan
dc bronnen der Silimpdi (c. 149" L. enB5"N. B.), en voorts
weder in eene N. 0. rigting, langs de kust der Ochotskische zee,
tot aan de bronnen der Indigrka (c. IG"0" L. en 62" Jf. B.),
waar het zich in twee hoofdket^ns verdeelt, van welke dc
Oostelijke dc kusten der zee volgt, tot zij in kaap Tschukots-
koi aan de Behringstraat eindigt, doch de Westelijke zich
N. waarts wendt, en in verscheiden takken uitbreidt. Het-
zelve is geen zeer hoog en woest gebergte, en deszelfs krui-
nen bereiken zelden de alpenhoogte. Een bijzondere arm van
dit gebergte is
Het Kamscliatkisch gebergte, hetwelk zicti (c. 64" N. B.
en 180° L.) van de O. hoofdketen afscheidt, en zich
door geheel Kamschatka uitstrekt.