Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
185
Het libetaansch gebergte , zijnde ccne groote massa van
ondersclieidene bergketenen, welke, meestal met eene
rigting van het N. W. naar het Z. O. , bijna geheel Z.
O. Tibet rervuUen, tusschen de Jalon - Kiang cu de
Bramaputra (e. ITW—S'Ó" N. B. en 112Vj°—119° L.).
111. Zuidelijke Rand.
Langs de Z. zijde , wordt het hoogland van Midden-Azie door
eene volkomen zamcnhangende reeks van gebergten begrensd,
welke ook wel als eene enkele en onaf^'ebrokene bergketen
kunnen beschouwd worden, die eene eenigzins afwijkende
rigting heeft, van het O. Z. O. namelijk naar het W. N. W.,
en zich in het midden het hoogste verheit, ja zelfs hooger,
dan ceiiig ander gebergte van Azie (c. 87°—L. en
27V2° - S6° ]V. B.). Deszelfs bijzondere deelen zijn :
Het Kambala-yebergte , het meest 0. en kleinste gedeelte ,
bijna geheel door de Bramaputra omgeven (e. 107° — 113°
L. cn 127° — 120° N. B.
Het Himelaija gebergte breidt zich, ten W. van het
Kaïnbala gebergte (c. 107° L. en 27° N. B.), tusschcn
de Bramaputra cn den Ganges, in eene W. N. W. rig-
ting, tot aan den Indus uit (c. 9272° L. en 8.'j7j°
N. B.), als grensscheiding tusschen Tibet en Hindos-
tas. Het is het hoogste van alle bekende gebergten,
niet alleen van Azie, maar ook van de geheele aarde.
Deszelfs kruinen, met eeuwige sneeuw en ijs bedekt, vcr-
hefl'en zich bijna 27,000 v. boven de oppervlak te der zee,
en zijn derhalve verre weg hooger dan de Chimborasso ,
in de Anden , dien men vroeger voor den hoogstcn berg
der aarde hield. Hetzelve is geheel met voorgebergten
omgeven , die zich eehter niet boven de 3000 tot 4000
v. verheffen. Uit het gebergte ontspringen de Indus, de
Ganges en de Bramaputra. Deszelfs hoogste punten zijn :
De Dhwaicalagiri (e. 29° N. B. en 101" L.), 26,862
v. hoog.
JJe Jamantri, 28,300 v. hoog.
De Dhalhum , 24,740 v. hoog.
De Hindo - Kusch of de Indische Caucasus, een vervolg