Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
184
L.). Hetzelve wordt ook wel Jablonnoi-Khrebet of
het Appel-gebergte genoemd, en is meestal met denne-
bossehen bewassen ; het heeft echter ook bergen van
de alpenhoogte, en vele kale rotsen. Het is zeer rijk
aan ertsen.
Uet Nertschinskisoh of Argunsclie gebergte, ten 0.
van het vorige, tusschen de Scliilka en de Argun (c.
132°—138° L. en S0°—N. B.), is slechts van eene
matige hoogte, doch bijzonder rijk aan zilver, koper,
ijzer , zink , lood en kwikzilver.
II. Oostelijke Rand.
Ook aan de 0. zijde is het hoogland van Midden-Azie door
eene aaneengeschakelde reeks van gebergten omgeven, welke
hetzelve, langs bet N.gedeelte , als twee zamenhangendehoofd-
ketens, die van het N. 0. naar het Z. W., voortloopen , be-
grenzen , en , langs het Z. gedeelte , zich als eene zaraenhangen-
de massa van verscheiden evenwijdige, minder hooge , van het
N. W. naar het Z. O. voortloopende bergketenen vertoonen.
Ook deze bereiken echter eene aanzienlijke hoogte , en zijn ,
ten deele, den meesten tijd des jaars met sneeuw bedekt. Zij
zijn over het geheel weinig bekend , doch weet men , dat on-
der hen verscheidene uitgebrande vulkanen gevonden wor-
den. Zij worden aldus onderscheiden :
De Mandschurische bergketen of het Siolki-gehergte, het
meest N. gedeelte, hetwelk zich ten 0. van het Onon-
of Kinhan-gebergte, tusschen de Argun cn den Amur of
Sachalm , uit bet dal, vooral van dezen laatsten stroom ,
verheft (e. 52° N. B. en 138° L.), en zich in eene Z.
W. rigting, met eenen tegen het Pi. W. openen boog,
tot tegen den Hoangho uitbreidt (e. 41° N. B. en 139° L.).
Do N. Chineesche bergketen of het Uoangho-gehergte , een
vervolg van het voorgaande, verheft zich aan de Z. zijde
van den Hoangho, en breidt zich, aan weerszijden door
dezen stroom, welke om hetzelve eene sterke bogt ma.akt,
genoegzaam geheel omgeven . mede in eene Z. \V. rigting
en eene aanzienlijke breedte uit, tot tegen de Jalon-
Kiang (c. SS"—41° N. B. en 118°—129° L.).