Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
183
gips- en zandmassa's. Het heeft eene hooge ligging en
vele siieeuwalpen , zoo als den K.han-Taban , den Bnrns-
Tau, den Usunargo en den Irgen - Torjak , doch nergens
vulkanen. l)e rotsen zijn meest met eene aardkorst be-
dekt , en hier en daar ook met bosch. Het mineralogisch
gehalte van dit gebergte is bijna nog geheel onbekend ,
doch waarschijnlijk heeft het inwendig zoowel met.nlen,
als andere nuttige delfstoffen. Noordelijke uitbreidingen
van hetzelve zijn :
Het Jenisei - gebergte, tusschen de Jenisei en de
Angara (c. 110°—120° L. en 54°—59° N. B.), ten
deele tamelijke woest en rijk aan kojiererts.
Het Baikal - gebergte, hetwelk het groote Baikal-
meer omgeeft en daarvan zijnen naam ontleent (c. 120°
— 130° L. en 51°—59° N.B.). Het scheidt zichaan
het Z. W. einde van dat meer, in den Kultuk, van
de Sajanische bergschakel af, is in het begin zeer hoog
en woest, terwijl het vervolgens langzamerhand afvalt,
en , tot aan do alpkruinen en de hoogste kale rotsbrok-
ken, digt met bosch bewassen. Het is een oud , diep
gekloofd granietgebergte, door zandsteen-en kalkber-
gen, en verder aan den voet, in den afi al en in de dalen ,
door vlotgebergten omgeven. Het mineralogisch gehalte
is nog weinig onderzocht, doch heeft men steenko-
len, zwavel , zout, aluin en ook sporen van koper,
ijzer en lood ontdekt.
Het Onon- of Kinhan-gebergte, tusschen de Selenga en
de Argun (c. 123'/2° — 138° en 48°—54° N. B.), een
vervolg van het Sajanisch gebergte, en genoegzaam van
denzelfden aard. Het is echter meer met bosch bewas-
sen , en vooral rijk aan allerlei soort van ertsen. Het
breidt zich N. waarts uit in
Het Daürisch gebergte, ten O. van het Baikal-
gebergte, hetwelk zich in den Gentei-berg afscheidt
(c. 126° L. en 49° N. B ), en van daar in eene N. O.
rigting, tusschen de Witim en de Suhilka uitbreidt,
tot aan de bronnen der Olekma (c. 56° N. B. en 136°