Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
1 u»
Ié O
(c. 43Vi° N. B. en 36Vj° L.), van waar hij vervolgens, (alslster,)
met eenen grooten , tegen het N. openen hoog , eene 0. rig-
ting houdt, tot hij eindelijk , door vijf mondingsarmen , zijne
wateren uitstort in de Zwarte zee (c. 44° N. B. en 37° L.].
In den Donau ontlasten zioli : de lller (llargus), de Leoh
(Licus), de Isar (Isara), de Inn (Aenus), dio uit de Graauw-
bunder Alpen ontspringt, bij Passau (e. 48V2° N. B.enSlVg"
L.), de March (Marus) , die bij den Glatzer Sneeuwberg ont-
springt, nabij Presburg (c. 4876" N. B. en 842/3° L.j, de
Drau of Drave (Dravius), die bij den Pellegrino in de Tyroler
Alpen ontspringt, beneden Essek (c. 4oVï° N. B. en SBVs" L.),
de Theiss (Thysia), die uit de Karpathen ontspringt, beneden
Petervvardein (c. 4aV6'' N. B. en 38°L.), de Sau of Save
(Savus), die omtrent den Terglou in dc Julische Alpen ont-
springt, bij Belgrado (c. 4476° N. B. en 8873° L.), de Pruth
(Hierasus), die uit de Karpathen ontspringt , beneden Galatz
(c. 4072° N. B. en 46° L.), cn vele anderen.
De Dniester (Tijras) heeft hare bronnen in de Karpathen,
tusschen Lemberg en het Bescked-gebergte, en eene Z. O,
rigting ; zij ontlast zich ten Z. W. van Odessa in de Zwarte
zee (c. 46° N. B. en 48° L.).
Dnieper (Borijsthenes) neemt haren oorsprong in het Wol-
chonski-woud , stroomt met sterke bogten Z. waarts , en ontlast
zich bij Cherson in de Zwarte zee (c. 47° N. B. en 30° L.).
De Don {Tanais) ontspringt , ten Z. O. van Tula, uit een
klein meer (c. 34° N. B. cn 36° L.), neemt eerst een Z. rig-
ting , vormt vervolgens eenen sterken , tegen het W. openen
boog, naar de zijde van de Wolga, cn ontlast zich bij Azof
in de zee van denzelfden naam (c. 47° N. B. en 32° L.).
II. De Kaspische zee.
De Wolga [Rha) ontspringt uit verscheiden meren in het
Waldai-gebergte, heeft eerst. met oene bogt naar het N.,
eene 0. rigting, tot bij Kasan {c. 337j° N. B. en 67° L.),
waar zij eene Z. W. rigting neemt; tusschen Tzaritzin en
Sarepta neemt zij voorts eene Z. 0. wending en stort hare wate-
ren bij Astrakan uit in de Kaspische zee (c. 46° N. B. en 66° L.).
De Vral {Daix) ontspringt uit het Ural-gebergte (c. 33° N.