Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
174
den Falterona en den Vernia, van waar hij steeds in eene W.
rigting voortstroomt, tot hij zieh in de Ligurische zee ontlast.
De Tiber (Tiheris) ontspringt insgelijks uit de Apennijnen,
bij den Monte Vernia, heeft eene Z. rigting, tot hij bij Rome
zich W. waarts wendt, waarna hij zich voorts bij Ostia, door
twee mondingen , in do Toscaansche zee ontlast.
De Po [Padus) neemt zijiieu oorsprong in de Cottische Al-
pen , op den Monte Viso, en heeft eene N. 0. rigting tot aan
Turin, waar hij de Dora liipera (Duria Minor) opneemt. Hij
stroomt vervolgens met vele kronkelingen, echter steeds in
cene 0. rigting, door de Lombardijsehe vlakte , en stort zijne
wateren , door verscheiden mondingen , in de Adriatische zee
uit. Zijne voornaamste bijstroomen zijn : de Dora Baltea (Duria
Major), dc Scssia (Sessites), de Tessino (Ticinus), tevens de
uitwatering van het Lago Maggiore (Lacus Verbanus), de Adda
(Addua), tevens de uitwatering van het Lago di Como (L.
Laicus), dc Oglio (OHius) cn de Mincio (Mincius) , tevens dc
uitwatering van het Lago di Garda (Lacus Benacus).
De Etsch [Athesis) heeft hare bronnen in de Tyroler Al-pen,
omtrent het Worniser Juk, wordt, na de Eisach opgenomen
te hebben , bevaarbaar , houdt vervolgens cene Z. rigting tot
aan Verona (c. i.ïVi" N. B. en SS'/j" L.), wendt zich dan
O. Z. O. waarts en ontlast zich, onder den naam van Adige,
in de golf van Venetie.
De iMari^.za {Hebrus) neemt haren oorsprong in den Hae-
mus, ten N. van den Rillo-berg (e. ii" N. B. en U^/," L.),
heeft eene 0. Z. O. rigting tot beneden Adrianopel (c. -il'/i"
N. B. en L.), en vervolgens eene Z. Z. W. rigting tot
zij zich eindelijk in de Aegaeische zee ontlast.
De Donau (Danubius) ontspringt, in het Schwarzwald , uit
twee beken, de Brisach en de Brege, heeft eerst eene O. N.
O. rigting , tot aan Regensburg (49° N. B. en 29V3° L.), in
welke hij bij Ulm (e. -iS'/j" N. B. en 27Vs° L.) bevaarb.tar
wordt, vervolgens eene 0. Z. 0. rigting, tot aan Waitcn, ten
N. van Ofen en Pesth, waar hij zich eenen weg baant tusschen
het Bakony-vvoud en het Neograder gebergte door , cn eene
Z. rigting neemt, tot hij tegen het Werdnik-gebergte stuit