Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
173
De Tornea , de grensrivier tusschen Rusland en Zweden,
ontspringt uit het Kiölengehergte, heeft eene Z. rigting, cn
ontlast zich in de Bothnische golf.
De Dal-Elv ontstaat door het zamenvlieten van de Wester-
en de Ooster-Dal-Elv, cn ontlast zich insgelijks in de Both-
nische golf.
Do Gölha-Elv is eigenlijk slechts de uitwatering van het
Wenernieer ; zij heeft hare monding in het Kattegat.
De Glommen, de hoofdrivier van Noorwegen , heeft hare
bronnen op het Dovrelield, stroomt in eene Z. rigting , en
ontlast zich in het Schagerrak.
2°. Gebied van de Noordelijhe IJszee.
De Dwina ontstaat uit de vereeniging der Suehona en der
Jug (c. 61° N. B. en 637j° L.) , en stroomt, nadat zij ook
de Wytschegda opgenomen heeft, in eene N. 0. rigting, naar
de Witte zee, in welke zij zich bij Archangel onlast. (c. 69'/j°
N. B. cn Ö8° L.).
De Petschora ontspringt uit het üral-gebergte (60° N. B.
en 77° L.), houdt eene N. rigting, en heeft hare monding
onmiddelijk aan de N. IJszee (c. 7172° N. B. en 70° L.). Zij
is meestal bevrozen.
B.
DE Z. O. HELLIRG.
I, De Middellandsche Zee.
De Ebro (Ibeius) heeft zijne bronnen in het Cantabrische
gebergte (c. -4372° N. B. en 14° L.), neemt zijnen loop Z. O.
waarts, en ontlast zich onmiddelijk in de Middellandsche zee
(e. 407»° N. B. en 187, L.).
De Rhone (Rhodanus) ontspringt bij den St. Gothard, in
de Lepontische Alpen , heeft eene W. rigting tot aan het
meer van Geneve, en vervolgens, na hetzelve weder verlaten
te hebben , eerst eene Z. , cn dan andermaal eene W. rigting,
tot aan Lyon , waar zij dc Saone opneemt ; voorts heeft zij
weder, zelfs zonder aanmerkelijke afwijkingen, eene Z. rigting,
tot zij hare wateren eindelijk in de golf van Lyon uitstort.
De Arno (Arnus) heeft zijne bronnen in de Apennijnen bij