Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
171
üe Seine (Sequana) heeft hare hoofdbronnen in het Plateau
van Langres (c. -lyVi'N. B. cn 23Vj L.), eene N. W. rigting,
en haren mond op c. 49'/," N. B. en 17° L.
IV. De i\oordzee.
De Schelde {Scaldis) , welker bron ontspringt in de Ar-
dennen (e. oÜ° N. B. 21° L ), heelt eene N. rigting, en
ontlast zich, tusschen do Vlaainsche kust cn d>^ Zeeuwsciie ei-
landen, door verscheiden monden jc. 51'/j° N. B. en 21 L.).
De Maas (Mosa) ontspringt uit het Plateau van Langres ,
dooibreekt in eene JJ. rigting dc Ardennen, en ontlast zich,
na eene W. wending genomen te hebben, op ruim 52° N. B.
en 12'/j° L.
De Rijn (Rhenus) ontsjiringt in de Alpen, uit drie beken,
stroomt ]V. waarts door Zwitserland in de Bodenzee, en, na
deze weder verlaten te hebben, verder in eene W. rigting,
meestal als grensscheiding tus^ciien Z\' itserland en Duitschland,
tot aan Bazel, terwijl hij intusschen bij Schafhausen den be-
roemden, 75 v. hoogen waterviil vormt, en bij Waldshul (e.
47'/ï N. B. en 20° L.) de verecnigde wateren van de Aar ,
de Reuss en de Liniuiat opneemt. Bij Bazel neemt hij voorts
weder eene N. rigting, in welke hij, ten deele als grens-
scheiding tusschen Frankrijk en Duitschland, voortstroomt tot
aan Ments, waar hij den Jlain opneemt. Hij houdt vervolgens
min of meer eene N. W. rigting, in welko hij de Moezel,
bij Coblentz (c. 50V5° N. C. en 25'/4 L.), en vele andere
kleinere rivieren opneemt, tot hij beneden Emmerik, bij de
voormalige Schenkenschans, in eene breedte van 2300 v.,
in de Nederlanden binnentreedt, waar hij zich bij Pannerden
in twee armen verdeelt, onder verschillende namen voort-
stroomt , eu door onderscheiden mondingen ontlast.
De l'Veser (Visurgis) ontstaat uit de vereeniging der/fer-
ra, welke uit het Thuringerwald, cn der Fulda, welke uit
het Rhoen-gebergte ontspringt. Deze beide rivieren vloeijen
zamen bij Hannoversch Munden (c. 51'/,° N. B. en 27'/3° L.),
en nemen hier den naam van Wezer aan , onder welken deze
rivier haren loop in eene N. rigting voortzet, tot zij zich einde-
lijk in de Noordzee ontlast (c. 53'/,° N. B. en 26'/»° L.).