Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
168
Tusschen het Balkan-gebergte ten Z., het Sfara-Planina-
gebergte ten W., en de Z. Karpathen ten N., breidt zich ,
tegen de Zwarte zee ten O., eene vlakte uit, welke die van
Wallachije pleegt genoemd te worden. Zij is, van het W.
naar het O., c. 60 m. lang , en , van het Z. naar het N.,
c. 30 ra. breed. Omtrent midden door dezelve stroomt, in
eene O. rigting, met eenen boog, die tegen het N. open is, de
Donau, welke zich eindelijk, in den N. O. hoek dezer vlakte,
door verscheiden armen in de Zwarte zee ontlast.
De West-Atlantische Vlakte.
Ten N. van de Pyreneën en ten \V. van de Cevennen , het
Margaretha-gebergte en dat van Auvergne, het Morwan-ge-
bergte, het Plateau van Langres en de Vogesen, breidt zich
tegen den Atlantischen Oceaan, met name, tegen de bogt Vtin
Frankrijk en het Kanaal, ten N. W. , en tegen den Beneden-
Hijn, ten N. O., eene aanzienlijke vlakte nit, welke slechts
hier en daar door lagere bergrijen afgebroken is : door de
heuvelachtige gebergten , namelijk, van Normandije en Bre-
tagne , door de Ardennen en het Argonnerwoud, welke de
W. grenzen der vlakte van Lotharingen vormen , door den
Eifel, het Hochwald en den Hundsrück. Door dezelve stroo-
men: in het Z., de Garonne en de Dordogne; in het midden,
de Loire en dft Seine, en in het N., de Schelde, de Maas
en de Moezel.
Het Vlakland van Groot-Brittanje.
Als een vervolg der West-Atlantische vlakte, van Frank-
rijk , kan men beschouwen het Z. O. Vlakland van Engeland,
slechts door eene smalle zeeëngte van dezelve gescheiden. Dit
eiland toch, hetwelk zich, over het geheel, van het Z. naar
het N. eenigzins verheft, vertoont zinh langs de 0. kust als
eene wijduitgestrekte vlakte, van welke zelfs een aanzienlijk
gedeelte uit turfmoer bestaat , terwijl het langs de W. kust
alleenlijk den aard van een bergland aanneemt.
Ook het eiland Ierland heeft eene zeer lage O. kust, en
bestaat van binnen uit eene groote vlakte, waar wijde moe-
rassen en zeer vruchtbare oorden, ontelbare meren, en uit-
muntende weidelanden elkandcren afwisielen.