Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
167
De Boheemsche Ketel.
Deze vlakte, aan alle zijden door gebergten ingesloten,
wordt tegen het Z. W. begrensd door het Böhmerwald en
het Fiehtel-gebergto, ten N. W. door het Ertsgebergte niet
de Saksische Schweitz en het Lausitzer gebergte , ten N. O.
door het Reuzengebergte en de Sudeten , en ten Z. O. ein-
delijk door het Moravisch gebergte. Omtrent midden door
dezelve stroomt de Moldau, tot zij zich , ten N. van Praag
(c. 50Vs° N. B. en 32° L.), met de Elbe vereenigt. Deze
vlakte is , middelbaar , c. 600 v. boven de oppervlakte der
zee verheven.
Men kan hier bijvoegen den Ketel van Moravie, welke slechts,
ten N. W. , door het Moravische gebergte van den Roheem-
schen Ketel gescheiden is, en voorts ten N. O. door de Su-
deten , ten Z. 0. door de kleine Karpathen, cn ten Z. W.
door den Donau begrensd wordt. Door dezelve stroomt, van
het N. naar het Z., langs deZ. grenzen, de March, die zich
in den Z. 0. hoek dezer vlakte in den Donau ontlast.
De Jlongaarsche Vlakte,
Tusselien het Oost-Adriatisch en het Waradin-gebergte ten
Z. W., de Stiermarksche Alpen en de Kleine Karpathen
ten N. W., en voorts ook ten N. 0., ten O. en ten Z. O.
geheel door de Karpathen omgeven, breidt zich de Hongaar-
sche vlakte uit, slechts hier en daar door takken , derrond-
omgelegene gebergten , van geringe hoogte afgebroken. Zij
strekt zich , van het W. naar het O. , in eene lengte van c.
50 m., en , van het Z. naar het N. , in eene breedte van c.
■48 m. uit. Door dezelve stroomt , van het iN. W. naar het
Z. O., de Donau , eerst in eene 0., en dan in eene Z. rig-
ting, evenwijdig met de Theiss, die mede deze geheele vlakte
doorsnijdt, doch vervolgens, nadat zij den Drau opgenomen
heeft, in eene Z. 0. rigting, terwijl zich eindelijk eerst de
Theiss , en verder de Sau of Save (c 43° N. B.j in dien hoofd-
stroom ontlast. In deze vlakte ligt ook het Plattenmeer; hetwelk
c. 18 v. m. groot is. De geheele gesteldheid dezer vlakte toont
jjan, dat zij eigenlijk de bodem van een droog geworden meer is.
De Vlakte van Wallachije.