Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
166
breidt zich, in het N. van Italie, eene vrij aanzienlijke vlakte
uit, welke eene 0. helling heeft, en tegen de Adriatische
zee zoo laag wordt, dat zij op vele plaatsen door dijken en
dammen tegen overstroomingen behoed moet worden, terwijl
zij zich, Z. en W. waarts, zacht en langzaam tegen de Apen-
nijnen en Zee-Alpen verheft. Dezelve wordt gewoonlijk de
Lombardijsche vlakte genoemd, of ook wel die van den Po,
welke, van de diepste laagte des dals zijne bedding gevormd
hebbende, omtrent midden door dezelve heenstroomt. Nabij
den voet der Alpen is deze vlakte c. 800 v. boven de opper-
vlakte der zee gelegen.
De vlakte der Rhone.
Tusschen de Alpen en de Jura, ten O., en de Cevennen,
het Rhone-gebergte van Charolais, de Cote d'or en het Plateau
van Langres, ten W. , strekt zich, als eene breede vallei,
eene lange vlakte uit, van den Z. afval der Vogesen af
(47V3° L ) I tot aan de Middellandsche zee toe (c. 43° L.).
Door dezelve stroomen , van het N. naar het Z., eerst de
Saone en vervolgens do Rhone.
De vlakte van den Middel-Rijn.
Tusschen het Schwarzwald en het Odenwald, ten O., en
de Vogesen, ten W., breidt zich eene vruchtbare vlakte of
een breed dal uit, door hetwelk de Rijn, van Bazel tot Ments,
in eene genoegzaam N. rigting heenstroomt. Dezelve is om-
trent 38 m. lang , en , middelbaar, van 4 tot 5 m. breed.
Het Beijersch Hoogland of de vlakte van Munchen.
Ten N. van de Beijersche en de Saltsburger Alpen breidt
zich , tusschen de Bodenzee en het Schwarzwald-Jura-ge-
bergte, ten Westen, en de Kale Alpen, ten Oosten, bet
Beijersche Hoogland uit, eene aanzienlijke vlakte, welke ten
N. omgeven is door den Donau, de zich achter denzelven
verheffende Ruwe Alpen of Zwabische Jura, de Frankische
Alpen en het Böhmerwald. Deze gansehe streek is wel niet
geheel zonder verheffingen en diepten , doch nergens tot op
den voet doorgebroken en door dalen gescheiden. Zij ligt,
iiiiddelbanr, 1Î500 v. boven de oppervlakte der zee. Omtrent
midden op dezelve is de stad Munchen gelegen , naar welke
deze geheele vlakte ook veelal genoemd wordt.