Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
189
eilanden omgeven. Hetzelve scheidt zich in twee deelen.
Het Z. gedeelte, van kaap Lindenaes tot op 63° N. B.,
is een woest hoogland , hetwelk ook onder verscheiden
bijzondere namen voorkomt, als:
necklefield (c. 887,° N. B. en 2-iV6° L-)-
Bijglefield (59° N. B. en 25" L.).
löklefield (c. ög'/i" N. B, en L.),
Hardangerfield (c. 60'// N. B. cn 25'/,° L.).
Langefield (c. 61'/,° N. B. en 25'/s° L.).
Docrefield (c. 62'/,° N. B. en 27° L.), met den
Sneehaeltan (c. 62'/a° N. B. en 27° L.) , 7100 v. hoog.
Het N. gedeelte , in het bijzonder het Kiölengehergte ge-
iiocmd , houdt zich steeds meer aan de W. kust, en
gaat zelfs op de nabij gelegene eilanden over, waar het
nog meer dan -4000 v. hoog is. Onder 68° N. B. wendt
dit gebergte zich meer O. waarts, om het Torneameer,
neemt langzamerhand in hoogte af, cn eindigt deels in
de Nourdkaap, ter hoogte van lbOO v., op het eiland
Mageröe, deels valt het 0. waarts naar de grensrivier
de ïana en het Enarameer af. Dit geweldige gebergte
heeft eene groote overeenkomst met de Alpen , 'en hoewel
het niet de hoogte van deze bereikt, is het toch nog
wilder en ontoegankelijker, en zijne gletschers en ijs-
velden zijn nog uitgestrekter, daaronder 70° N. B. de
sneeuwlijn slechts 3600 v. hoog is. Bijna overal naderen
de rotsmassa's, soms bijna 5000 v. hoog, tot onmiddel-
baar aan de steile westkust, terwijl aan de O. zijde,
naar Zweden toe, het gebergte overal zacht en trapswijze
afvalt, in hetwelk aldaar een groote lijkdom van erts
gevonden wordt. De hoogste punt van dit gebergte vormt
De SulCtelma (c. 67° N. B. en 34° L.), 5800 v. hoog.
II.
VLAKTEN.
A. VAR HET Z. W. BERGLAnn.
De Lomhardijsche vlakte , of het dal van den Po.
Ten Z. van de plotseling steil afvallende Alpenketensn