Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
[|
V
H' 'J
u
162
in eenen drietak, over het geheele land uitbreiden, ter-
wijl hij mede het hoofdpunt van de waterscheiding uit-
maakt tusschen den Donau, de Adriatische zee en de
Aegaeische zee.
Het Boras-gebergte , na denScardus, het meest N. deel van
het Grieksche gebergte, tusschen denzelven en de bron-
nen der Vojuzza (c. ^OVe" N. B. en 39" L.). Een deel
van hetzelve, omtrent het middelste, maakt
Het Monastri-gebergte (e. W/»" tot 41'/»° N. B.) uit.
De Pindus, in het bijzonder dus genoemd, van de bronnen
der Vojuzza , tot aan de bronnen van de Fidar en de
Hellada, omtrent de N. grenzen van Livadie (39° N. B.
en 39Vj° L.), of van Maccdonie tot Aelolie, en tusschen
Epirus en Thessalie. Hetzelve valt omtrent het midden
in twee deelen , met name :
Het Messowo-gebergte , het noordelijk gedeelte.
Het Agrafa-gebergte , het zuidelijk gedeelte.
Uit hetzelve verwijderen zich als zijtakken :
Het Acroceraunische of het Chimaera-gebergte, hetwelk
zich (c. 40° N. B.) uit het Messowo-gebergte afzon-
dert, en eerst in eene W., doch vervolgens in eene
N. W. rigting voortloopt, tot het, aan het kanaal
van Otranto, in kaap Linguetta of Karaburna eindigt.
Het Maina-gebergte (Cambunii montes), hetwelk zich,
tegenover het vorige, en in eene tegenovergestelde
rigting , eerst O. waarts , doch vervolgens N. waarts
uitbreidt, en ten W. de vruchtbare vlakte van La-
rissa begrenst. Tot hetzelve behoort
De Lacha {Olympus), 6120 v. hoog (c. 40° N. B. en 40°li.).
Het Othrydelecha-gehergte (Othrys), hetwelk zich uit
het Agrafa-gebergte (c. 39° N. B.), ten N. van de
Hellada (5|)ercA»«i), eerst O. waarts, dan N. waarts,
en eindelijk, na eene sterke wending gemaakt te
hebben , Z. 0. waarts, rondom de bogt van Volo
uitbreidt, en in kaap Hagios eindigt. Tot hetzelve
kunnen gebragt worden :