Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
158
fit'!
Het Wellehit- of Morlachisck gebergte, digt langs de kust
van de Adriatische zee, naar welke het vrij steil afvalt,
het meest N. W. deel, van het begin der keten tot aan
de Zermagna, ter hoogte ian Zara (c. Wj," N. B. en
Het Kapella-gebergte , ten 0. van het vorige gelegen, en
voorts omgeven door de KulpatenN., de Sau ten N. O.,
en de Unna ten Z. O. Deszelfs hoogste verhevenheid
vormt
De Kleck, omtrent Ogulin in Kroatië (e. 33° L. en
N. B.), 6500 V. hoog.
Het Bosniesch gebergte, van de bronnen der Zermagna
en der Unna N. B. en 33 V L.), tot aan de
bronnen van de Drinna en de Moraeca (e. 43° N. B. en
37° L.); het verliest zieh tegen de oevers van de Sau.
Deszelfs voornaamste punten zijn :
De Chatorherg (e. 441/3° N. B. en 34'/»° L.).
De Vranjaherg (e. 44Ve" N. B. en 35V5° L-)-
De Ivanberg (e. 43=/»° N. B. en 35'/»° L.).
Het Albanische gebergte, van de bronnen der Drinna en
der Moraeca, tusschen de Ibar en de Witte Drin, tot
aan den Tschar-Tagh of den Scardus. Tot hetzelve behoort
De Monte Negro, Z. W. waarts van de hoofdketen,
tussehen . deze ten N. O., de Adriatische zee ten
Z. W., Bosnië ten N. W., en het meer van Scutari
en de Bojana ten Z. O.
Het Balkan-gebergte breidt zich 0. waarts van den Scardus
uit, tusschen en als waterscheiding van den Donau en de
Aegaeische zee , tot aan de Zwarte zee. Hetzelve spreidt aan
weerszijden vele takken uit, van welke de Ji. deels tot aan
den Donau toe voortloopen , deels zich weldra in de Donau-
vlakte verliezen, doch de Z. zich meestal tot aan de Aegaeische
zee uitstrekken. Ook tegen de Zwarte zee verdeelt zich dit
gebergte in vele takken. Deszelfs bijzondere deelen zijn :
Het Orbelus-gebergte, het eerste deel van de hoofdketen,
hetwelk zich van den Scardus af, eerst met eene zachte
iiitbuiging Z. waarts, dan met ecne zeer sterke bogt