Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
156

De Beskiden, hét vervolg van het Jablunka-gebergte,
welke zich 0. waarts uitbreiden tot aan de Poprad,
(e. 49»/,°—4eVa° N. B. en 36»/,''-S8'/j° L.), een middel-
gebergte met eenen steileren afval naar het Z., en eene
meer glooijende helling, N. waarts, naar het AVeichseldal.
Het Tatra-gebergte c. 49°-49Vï° N. B. en 27"—38" L.J,
eene geweldige, op zich zelve staande granietmassa ,
welke zich bijna overal tot 6000 v. boven de hoog-
landen , die hetzelve omgeven, verheft, in meerdere
kruinen boven de sneeuwlijn uitsteekt, en, met hare
gletsehers , als verschijnselen van het hooggebergte aan-
biedt. Ook is dit gebergte zeer bijzonder door hooge
en diepe meren , rondom door geweldige, bijna lood-
regte rotswanden ingesloten , van welke de aanzienlijkste
zijn: het Vijf meer, ter hoogte van 6121 v. het Groene
meer , en het Roode meer, beide ter hoogte van a900
V. De hoogste punten van hetzelve zijn :
De Lomnitzer spits, 8133 v. hoog.
De Eisthaler spits, 8000 v. hoog.
De Krywan, 7643 v. hoog.
De Ghahi, 7800 v. hoog.
Het Karpathische Woudgebergte , hetwelk zich van de Po-
prad , in eene Z. O. rigting, uitbreidt tot aan de bron-
nen van de Theiss en de Pruth (c. 48°— 49Vj° N. B. en
38'/i°—42»/j' L.). Hetzelve bestaat uit lagen pl.iatvormig
uitgebreiden zandsteen en groote massa's lei, en vormt dc
waterscheiding tusschen de Dniester, welke in onder-
scheidene bronnen aan deszelfs N. 0. zijde ontspringt,
en de Theiss, van welke de meeste bronnen aan des-
zelfs Z. W. sijde gevonden worden.
De Zevenbergsche Karpathen , onder welken naam , einde-
lijk , al het overige van het geheele gebergte voorkomt,
welke zich van de bronnen der Theis en der Pruth,
verder Z. 0. waarts uitbreiden , tol aan de hoofdbron
der Aiuta (c. 43»/j° L. en 47° N. B.), waar zij zich in
twee ketenen scheiden, van welko de eene dadelijk Z.
W. waarts, de andere eerst Z. O. waarts en dan, eene
I
i'JI
1? /
Éfa