Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
füi
%
ten N. W. , den Eger ten Z. , en de Elbe ten O.; het
verheft zich met zijne bazalt- en porphierbergen tot te-
gen de 2000 y. hoog.
Het meest N. gedeelte van het Ertsgebergte maakt, met
Het Lausitzer gebergte , eigenlijk eene voortzetting van het
Ertsgebergte, gelegen tusschen de Elbe en de Neisse,
De Saksische Schweitz uit, zijnde een rotsachtig berg-
land.schap, vol van de heerlijkste natuurschoonheden :
de hoogste punt van hetzelve vormt
De Sneeuwberg (e. SOV," N. B. en 81»/.° L.).
Het Thuringerwald, hetvcelk als eene voorzetting van het Böh-
merwald en het Fichtelgebergte beschouwd kan worden , breidt
zich ten N. 0. van de bronnen des Mains en voorts langs den
regteroever der Boven-Werra, in eene in eene N. W. rigting
uit (c. Ö0V»°—Sl° N. B. en e. 27Vj°—29Vï' L.). liet vormt
met zijnen 18 mijlen langen rug de waterscheiding tusschen
de bronnen van den Main en de Werra ten Z. W., en van
de Saaie ten Pf. O. Het Z. O. deel; gewoonlijk
, Het Frankenwald geheeten, van het Fichtelgebergte af
tot aan do bronnen der Werra (ten N. O. begrensd door
de Saaie), is slechts van eene geringe hoogte en van
zachtere bergvormen, en in bestanddeeien zeer onder-
scheiden , bestaande het echter voornamelijk uit lei.
Het eigenlijke Thuringerwald , bij voorkeur dus genoemd ,
hetwelk zich uit het dal der Werra , tot eene aanzien-
lijke hoogte, tamelijk steil verheft, doch aan de N. O.
zijde langzaam in de vlakte van Saksen verliest, bestaat
voornamelijk uit graniet, porphier en zandsteen. Deszelfs
vrij breede rug is bijna geheel met naaldenhout bedekt,
terwijl de groote dwarsdalen zeer goed zijn aangebouwd.
De aanzienlijkste koppen zijn:
De Blessberg (c. SO'/i" N. B. en 28^»° L.), 2760 v. hoog.
De Behrberq (c. SOVs" N. B. en 28^5° L.), SISO v. hoog.
De Sneeuwkop (e. S0Vj° N. B. en 28«/.° L.) , SOOOv.
hoog, en
De Inselberg (e. 00»/«° B. en 28»/,° L.), 2900 v. hoog.
Het Wezargebergte loopt, als een vervolg van het Thurin-
1.1 i.'