Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
den, strekt zich, van den Rijn bij Schaf hausen af, in eene
N. 0. rigting uit, tot tegen het Thuringerwald en het Fich-
telgebergte. Deszelfs bijzondere deelen zijn :
Het Schwarzwald-Jura-gebergte, hetZ. W. deel, tusschen
den Rijn ten Z., en den Donau ten W., door hetwelk
de Ruwe Alp met de Jura, tenZ. W., en het Schwarz-
wala , ten W., in verband staat.
De Ruwe Alp, in 'tbijzonder aldus, of ook welde Zwa-
bische Alp genoemd , het aanzienlijkste deel van deze
bergrij , loopt van de bronnen van den Neckar en van
den Donau, ten Z. W. , tusschen den Donau, ten Z.
O., en den Neckar, ten N. W. , voort tot aan de Wer-
nitz , ten N. 0. Dit gebergte, omtrent 4 m. breed en
20 ra. lang, vormt eene, uit het Donaudal zich zacht
verhelfende, naar den Neckar toe steil afvallende hoog-
vlakte , zonder bepaalden kam, met steile en diepe
dwarsdalen ; het bestaat uit kalk , is arm aan water,
en vooral in het midden zeer vol kloven, spleten en
holen. De aanzienlijkste kop is
De Rossherg, bijna 3000 v. hoog.
De Frankische Alp, het N. O. deel, en een lager vervolg
van het vorige, tusschen den Donau ten Z. O., de
Wernitz ten Z. W., de Regnitz en den Main ten N. W.,
en de Naab ten N. 0.
B. Tusschen de Wezer, de Werra, de bronnen van den
Main , de Naab , den Donau , de Moldau en de Elbe.
Het Böhmerwald neemt eenen aanvang aan den Donau,
tegenover Linz (c. ASVs" N. B. en 32° L.), en loopt van
daar in eene N. W. rigting voort', tot aan de bronnen van
de Naab en van de Eger (c. 30° L.). Het is een sterk met
bosch begroeid granietgebergte, doch met kale kruinen,
vormt de waterscheiding tusschen de Elbe en den Donau,
en valt aan weerszijden tamelijk steil af, naar de Beijerschc
en Bohccmsehe vlakten, in welke zich slechts onbeduidende
takken verliezen. De hoogste punten zijn :
De Hooge Fichtenberg (c. 48'/»° N. B, en S1Vj° L.).