Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
149
geven door den Rijn, ten Z. O. en N. O. door do Lahn en
ten N. W. door de Sieg, in eene N. N. O. rigting uit, tot
op bijna 51° N. B. Tot hetzelve worden gebragt:
Het Zevengebergte, het meest W. deel, eene zamenhan-
gende massa van zeven grootere, en eenige kleinere
bergen , gelegen in den hoek , welken de Sieg en de
Rijn vormen (e. 50»/»° N. B. en 25° L.). Het nicMt
merkwaardig van hetzelve zijn :
De Drachenfels, 1000 v., en
De Löwenburg , 1900 v. hoog.
Ehrenbreitstein, de meest Z. punt van het Westerwald,
tegenover Koblentz en deu mond der Moesel, met eene
zeer sterke vesting, Ö-42 v. hoog.
Het Zuurlandsche gebergte, onder welken gemeenschappe-
lijken naam begrepen wordt al het boschrijk bergland, het-
welk zich ten N. VV. der Hessische vlakte verheft, en, tus-
schen den Rijn en deWezer, verder N. W. waarts uitbreidt,
tot het zich eindelijk in onderscheidene takken verliest. Het
verheft zich bijna nergens boven de 2000 v. Bijzondere deelen
van hetzelve komen onder verschillende benamingen voor,
als daar zijn:
De Ederhopf (c. 51° N. B. en 26° L.).
Het Rothhaar- of Rothlager-gebergte (c. 31'/»° N. B. cn
26° L.).
Het Ebbe-gebergte (e. 51° N. B. en 25° L.).
Het Habichtswald (51 N. B. en 27° L.).
Het Egge-gebergte (c. 51«/»° N. B. en 26'/a° L.).
Het Arnsherger woud (e. 51'/»° N. .li. en 25^3° L.).
De Aardey (c. 51'/i° N. B. en 25° L.).
De Hardstrang (c. 51»°/, N. B. en 25Vt" L.).
Het Teutoburger woud loopt, van het N. punt van het
Eggegebergte, in eene N. 0. rigting voort, tot aan de Hunte
en de Haase, in eene uitgestrektheid van 24 m. ; Z. waarts
valt hetzelve naar de Eems af, en N. O. waarts breidt het
zich, in onderscheidene takken tot aan de Wezer uit.
De Ruwe Jlp, welke, met betrekking tot de grondsge-
steldheid, als eene voortzetting der Jura kan beschouwd wor-