Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
ncn, (onder welke de Geiser eene 10 v. dikke waterzuil
bijna 90 v. boog doet springen,) vervullen deze ongenaakbare
gebergten , in welke voor de hoogste punten gehouden worden :
De Snaefieldsjökul, 6860 v. hoog, en
De Hekla, 4300 v. hoog, een vuurspuwende berg,
die echter sedert 1768 niet gebraakt heeft.
Thans nog werkende vulkanen zijn :
De Krabla, en
De Leirhnukr, in het W. , en
De Skaptar, en
De Kattlajiau, in het Z.
5°. Ten N. van de Alpen.
A. Tusschen den Rijn, den Donau, de Naah, de bronnen
van den Main , de Werra en de Wezer.
Het Schwarzwald, hetwelk aan den regteroever van den
Rijn gelegen is, juist tegenover de Vogesen, met welke het
evenwijdig voortloopt, neemt eencn aanvang in de uiterste Z.
W. bogt van den Rijn , waar deze, Zwitserland verlatende,
als grensscheiding tusschen Frankrijk en Duitschland eene N.
rigting neemt, tegenover het N. 0. uiteinde der Jura, met
welke het, door menigvuldige klippen in de bedding van den
Rijn, in oene soort van verbinding staat, strekt zich van daar
(c. 47'/»" N. B.), in eene N. N. 0. rigting, 28 m. lang, in
eene aanzienlijke hoogte uit, tot aan Pforzheim 48Va° N. B.),
en vervolgens, in eene geringere hoogte, tot aan den Neckar
(bijna 49Vï" N. B ). Aan de W. zijde valt hetzelve zeer steil
naar den Rijn af, terwijl het O. waarts langzamerhand af-
neemt , en zich bijna onmerkbaar in het Neckardal verliest.
Het bestaat grootendeels uit graniet, bedekt met porphier en
zandsteen. Overigens is het rijk aan hout en mineralen, en
bevat aanzienlijke , zeer diepe bergmeren , b. v. het Feldberg-
raeer, hetwelk 3418 v., en het Titiraeer, hetwelk 2710 v.
boven de oppervlakte der zee gelegen is. Het Schwarzwald
heeft weinig uitstekende bergkoppen, maar daarentegen ver-
scheiden meer dan 3000 v. hoog gelegen vlakten. Deszelfs
hoogste kruinen zijn