Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
169
den der [erscho lee, het allerheerlijkst in het Fingals-
hol, op het eiland Staffa, vertoont,) en is zeer woest
en sterk gescheurd , vol diepe zeeën, en rijk aan ver-
hevene en romantische natuurschoonheden. De hoogste
punten zijn :
De Ben Nevis, in het Z. W. (c. 56V»° N. B. en
12Vï° L.) 4100 V. hoog.
De Ben Wywis (c. 87Vt" N. B. en 13° L.) 4300 v.
hoog.
Op het eiland Ierland , hetwelk met eene lage O. kust en
eene steile, diep gescheurde W. kust, inwendig uit eene
groote, golvende vlakte hestaat, waar zeer vruchtbare streken
en wijde moerassen, schoon weideland en ontelbare meren
elkander afwisselen , verhelfen zich, uit deze vlakte, verschei-
den bergketens, van welke de gewigtigste zijn :
Het Longfield-gebergte , langs de noordkust, welko wegens
dé menigvuldige klippen en stroomingen dor zee bijna
niet te naderen is, met geweldige bazaltmassa's. Des-
zelfs merkwaardigste punten zijn :
De kaap Malin , op den meest N. uithoek van Ierland.
De kaap Fairhead, in welker nabijheid de beroemde
Reuzendam gevonden wordt.
De Sliebh Douard, de hoogste kop van dit gebergte,
c. 3180 V. boven de oppervlakte der zee verheven.
De Kifworth- en Mangertonhergen, in het Z. W. van Ier-
land , de hoogste gebergten van dit eiland, van welke zich
De Cahirconrigh 4200 v. en
De Mac Gylly 3200 v. hoog verheffen.
IJsland, hetwelk hier nog dient vermeld to worden, is ge-
heel van eenen vuikanischen aard ; hetzelve biedt slechts aan
de N. en Z. W. zijde eene smalle , bewoonbare kuststreek aan ,
terwijl het inwendige van dit eiland eene vreeslijke vulkanische
bergwoestenij is. De hoofdketen van deszelfs gebergte loopt
in den vorm van eenen boog, van het N. W. naar het N.O.,
en breidt hare takken , naar alle zijden , tot aan de kusten uit.
Lavavelden, met sneeuw en ijs bedekt, kale, hoekige rotsen,
rookende bergen, wijde moerassen en ontelbare kokende bron-
10