Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
144
IN. B.
Als hoogste koppen van hetzelve komen
en 1SV»° L.), bijna
bijna
vlakte verliest,
voor :
De Ingleborough (e. S^Vs"
4000 V. boog.
De Pennegant (e. N. B. en 157,° L.j
De Warnaide (e. Si'/e" N. B. en WW L.),
SOOO V. hoog.
De Seea Feil (c. 45Vj'' N. B. en 14Vi° L.).
Het Cheviot-gebergte verheft zich ten N. 0. van de Sol-
way-baai, en strekt zich in eene gelijke rigting , langs
de Tiviot, op de grenzen van Schotland en Engeland
uit, tot tegen de Noordzee, terwijl het zich in onder-
scheiden takken Z. en N. waarts uitbreidt. Het heeft
meestal eene hoogte van c. 3000 v. In hetzelve be-
vinden zich , vooral aan de O. kust, de steenkoolgroe-
ven , aan welke Engeland ten deele zijne grootheid te
danken heeft. Tot hetzelve behooren :
Het Lunewoud, de zuidelijke uitbreiding.
Het Pentlandgebergte, de noordelijke uitbreiding, in
Z. Schotland.
Het Grampian-gebergte, hetwelk het grootste gedeelte
van Midden-Schotland vervult, heeft zijne rigting van
het Z. W. naar het N- O. en valt W. waarts naar de
getakte kusten steil af, terwijl het 0. waarts ook slechts
smalle, hoewel vlakke kuststreken overlaat. Het is vol
afgronden , kloven en meren , en zeer boschrijk. De
hoogste punten zijn :
De «en Lomond (c. 58«/«° N. B.), 3000 v. hoog.
De Cairngorm (e. 57° N. B ), 3800 v. hoog.
De Ren Lawers (c. 56Vi° N. B.), 4000 v. hoog.
De Ben More (e. öO'/t" N. B.), 3000 v. boog.
De Ben Boirüch (e. SOVt" N. H.), 3100 v. hoog.
Het Schotsclie Hoojgebergte, slechts door eene steile diepte,
de Ness, tusschen de Murray-golf en de Muil-zond, van
het Grampian-gebergte geseheiden, vervult het gansehe
N. W. deel van Schotland : hetzelve bestaat meest uit
bazalt, (welke zich op de nabij gelegene kleinere eilan-