Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
143
voet hoog, hetwelk zich in het Z. 0., aan de Monts
des Fancilies aansluit, terwijl de Ardennen W. waarts
ook, in enkele heuvelrijen, tot aan de straat van Galais
merkbaar blijven, en zich N. O. waarts uitbreiden in
eene keten , welke zicii aansluit aan
Het Eifel-gebenjte, tusschen de Moezel ten Z. O., de Sure
en de Our ten Z. W. , de 3Iaas ten N. W., en den
Rijn ten N. O. 0OV4—31° JV. B. en L.).
Nog komen hier aan den linker oever des Rijns voor;
Het Hochicald, 21500 v. boog, het Z. W. , en
De Hundsn'lck, het N. O. deel der bergstreek tusschen
de Moezel , den Rijn en de Nahe.
Het Hooge Veen, eene treurige, met turfmoor, moe-
ras en rietgras bedekte hoogvlakte, loOO—2000 v.
hoog, ten N. N. O. der Ardennen.
Het Britsche gebergte. Als een hooger vervolg van de lagere
heuvelrijen van Bretagne en Normandije kan men beschouwen
het Britsche gebergte, Deszelis bijzondere deelen zijn :
Het Gebergte van Cornicallis , hetwelk zich in de kapen
Landsend en Lizard, op den Z, W. uithoek vau Enge-
land, tot eene hor»gte van loOO v. verheft, en in eene
0., N. O. rigting uitbreidt. Hetzelve is zeer rijk aan tin.
Het Gebergte van Wales breidt zi(,'h, van het kanaal van
Bristol, N. waarts van het vorige, langs het St. Georgs-
kanaal en de lersche zee uit, tot tegen het eiland An-
glcsea cïi de Dee. liet valt W. waarts naar de kusten
zeer steil af, terv\'ijl het O. waarts eene zacht glooijende
helling heeft. Deszelfs hoogste punten zijn:
De Phjnlimon (c. o^Vs" N. K- en IS^/s^ L.).
De Cader Idris (c. N. B. en ISVs" L.).
De Snou-don N. R. en c. IS'/z" L.). 3340 v. hoog.
Het Peali-gebergte, een zeer ruw gebergte, hetwelk met
het vorige door een' sterken landrug zanienliangt, en
zich insgelijks in eene N. rigting, tusschen het groote
Trunkkanaal en de Schptsche grenzen, langs de lersche
zee uitbreidt, W. waarts naar de zee vrij steil afvalt,
en zich O. waarts in eene vruchtbare, doch boomlooze