Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
den Rijn gevormd wordt, zich verliezende. De oostelijke
van derzelver ketenen, welke tevens de hoogste is, valt O.
waarts, naar de zijde van Zwitserland, en wel in 't bijzonder
tegen het Bovon-Rhonedal, het nteer van Geneve, het meer
van IVcufschalel en het Aardal, zeer steil af , terwijl de meest
W. ketenen W. waarts , naar de zijde van Frankrijk , lang-
zamerhand steeds meer en meer afnemen, en zich ten laatste
in het breede dal der Saone verliezen. Van deze dient nog in
't bijzonder vermeld te worden het gebergte van Laiimont,
hetwelk , reeds eenigzins van de «Mgenlijke Saone-ketenen ver-
wijderd , zich weder wat hooger verheft ; het ligt ten N. W^. der
ïelve , tegenover Besançon. De hoogste pimten der Jura zijn :
De Reculet (c. WW N. B. en n^W L.), 5416 v. hoog.
De Dole, (c. 46Vï° N. B. en L.) S082 v. hoog.
De Mont Tendre (e. 46Vt° N. B. en 24" L.), S184
V. hoog.
De Mont Terrible (c. ItVW N. R. en 2o° L.), 2979
V. hoog.
Als W. uitbreiding van het Jura-gebergtc , aan de andere
zijde der Saone, kan men nog beschouwen eenige lage berg-
rijen, mede met de Jura evenwijdig loopende, welke ook
wel als vervolgen der Cevennen beschouwd worden, met name:
De Cote d'or, tusschen het kanaal du Centre en dat van
Armancon, van welk gebergte zich weder eene ke-
ten , onder den naam van
Het Morvan-gebergte , tusschen het kanaal van Armançon
en de Loire, in eene N. W. rigting , tot omtrent Auxerre
(c. 47V»° N. B. en 2IV4" L.) uitbreidt.
Het Langres gebergte, tusschen het kanaal van Armançon
ten Z. VV., de Mnesel ten N. O. , de Saone ten Z. O.,
en de bronnen der Seine, Aube, Marne en Maas ten
N. W., van hetwelk zich, aan weerszijden van de
Boven-Maas, een paar takken, onder den naam van
Monts des Faucilles, eene aanzienlijke streek N. N. W.
waarts uitbreiden , en met de Ardennen zamenloopcn ;
dezelve worden ook wel als eene uitbreiding der Voge-
sen beschouwd.